1.. Een cliënt komt in aanmerking voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang indien:

  • - sprake is van psychische, psychosociale of veiligheidsproblemen die leiden tot een noodzaak tot opvang of beschermd wonen;
  • - de benodigde ondersteuning niet op andere wijze kan worden gerealiseerd;
  • - de voorziening noodzakelijk is om de zelfredzaamheid of participatie te bevorderen of te behouden.

2.. Het college beoordeelt of de cliënt voldoet aan de criteria voor toegang tot beschermd wonen of maatschappelijke opvang.

3.. Het college kan voorwaarden verbinden aan de toegang, waaronder medewerking aan begeleiding, behandeling of uitstroomtrajecten.