1.. Het college zorgt voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet.

2.. Het college informeert cliënten, hun vertegenwoordiger en zorgaanbieders op een begrijpelijke manier over de rechten en plichten die horen bij het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb. Ook wordt uitleg gegeven over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet dan wel hetgeen krachtens de wet is verstrekt of toegekend.

3.. Het college kan steekproefsgewijs het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s onderzoeken om de kwaliteit te beoordelen en om vast te stellen of de wet rechtmatig en doelmatig wordt gebruikt.

4.. Het college stelt onderzoek in naar de rechtmatigheid van een maatwerkvoorziening of pgb als er een gegrond vermoeden bestaat van misbruik of van oneigenlijk gebruik van de wet door cliënt dan wel door zorgaanbieders.

5.. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing over een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat sprake is van misbruik en/of oneigenlijk gebruik.

6.. Als een cliënt opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, worden de kosten in overeenstemming met artikel 2.4.1 van de wet verhaald.

7.. Het college kan aan de gemeenteraad over de uitvoering, de resultaten en de effecten rapporteren op het gebied van handhaving in relatie tot de beleidsuitgangspunten en –prioriteiten.