Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.

Artikel 14.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beuningen 2026

1.. De cliënt aan wie het college een individuele voorziening heeft verstrekt, is verplicht zo snel mogelijk het college te informeren over veranderingen in zijn of haar situatie die tot een heroverweging van het besluit kunnen leiden. 2.. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als : de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en en het college met de juiste of volledige gegevens een andere beslissing had genomen; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget is aangewezen; de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer passend is; de cliënt niet voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget; de cliënt de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is verstrekt; of de cliënt zich niet heeft gehouden aan de voorschriften uit de bruikleenovereenkomst die hoort bij de voorziening; bij overlijden van de client wordt de voorziening direct beëindigd. Bij overlijden van de pgb-houder wordt het persoonsgebonden budget beëindigd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand van overlijden. 3.. Als een cliënt een persoonsgebonden budget of maatwerkvoorziening had, waar hij geen recht op bleek te hebben, kan het college de (waarde van de) voorziening terugvorderen van de cliënt. Dit kan alleen als de client begreep of had moeten begrijpen dat hij de voorziening ten onrechte kreeg. Bij een persoonsgebonden budget kan in plaats van terugvordering verrekend worden met nog te verstrekken persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel