Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15.

Toekenningscriteria voor persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beuningen 2026

1.. Pas als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een persoonsgebonden budget, toetst het college aan de hand van het in lid 2 genoemde budgetplan en een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 3.5 Wmo 2015 of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 lid 2 Wmo 2015 opgenomen voorwaarden. 2.. In het budgetplan staat in elk geval: de motivatie waarom de cliënt de maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wenst te krijgen; bij welke aanbieder de cliënt de ondersteuning wil inkopen, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; hoe de kwaliteit van de maatwerkvoorziening is gewaarborgd; wat de kosten voor de maatwerkvoorziening zijn uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; wie het persoonsgebonden budget beheert en hoe deze taken worden uitgevoerd voor zover het beschermd wonen betreft: een uiteenzetting van de kosten voor begeleiding, inclusief aanvullende specialistische begeleiding en dagbesteding; 3.. Het college toetst of de budgethouder of zijn vertegenwoordiger voldoende vaardig zijn om het persoonsgebonden budget te beheren als bedoeld in lid 2 sub e aan de hand van het overzicht van 10 pgb-vaardigheden dat de Rijksoverheid heeft opgesteld. 4.. Het college stelt verschillende formats voor budgetplannen beschikbaar. 5.. Voor eenmalige pgb’s zoals hulpmiddelen, woningaanpassingen of eenmalige vervoersvoorzieningen geldt geen budgetplan, maar dient de cliënt een offerte te overleggen. 6.. Een toekenning van een persoonsgebonden budget voor een zaak kan door het college worden ingetrokken als de cliënt het budget niet binnen zes maanden na toekenning heeft aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 7.. Het persoonsgebonden budget bevat geen vrij besteedbaar bedrag. 8.. Het persoonsgebonden budget mag niet gebruikt worden voor: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een persoonsgebonden budget-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een persoonsgebonden budget; kosten voor een feestdagenuitkering en/of een eenmalige uitkering; reiskosten. 9.. Het college kan de sociale verzekeringsbank (SVB) gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het persoonsgebonden budget voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de client het persoonsgebonden budget in die periode anders ten onrechte kan inzetten. 10.. Het persoonsgebonden budget kan worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering van een hulpmiddel voor zover onderhoud en verzekering door het college wordt verlangd en het geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel