1.. Tijdens de commissievergaderingen kunnen insprekers met inachtneming van het hierna gestelde het woord voeren over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen.

2.. Insprekers kunnen niet het woord voeren over:

  • - Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft open gestaan;
  • - Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
  • - Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9: 1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
  • - Verslag van de commissie;
  • - De ingekomen stukken;
  • - Mededelingen van de commissievoorzitter of voorzitter van de raad.

3.. Degene, die van het inspreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk vóór 12.00 uur op de dag waarop de vergadering plaatsvindt bij de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres/e-mailadres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.

4.. De inspreker krijgt bij aanmelding van de commissiegriffier uitleg over de inspraakregels, dit kan mondeling of per e-mail.

5.. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

6.. Elke inspreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De commissievoorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

7.. Insprekers met niet-geagendeerde onderwerpen krijgen na de opening van de vergadering en vaststelling van de agenda de gelegenheid om het woord te voeren.

8.. Insprekers voor geagendeerde onderwerpen krijgen voor aanvang van de eerste termijn van de behandeling van het betreffende agendapunt de gelegenheid om het woord te voeren.

9.. De commissievoorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

10.. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De leden van de commissie worden door de commissievoorzitter in de gelegenheid gesteld aan de inspreker vragen te stellen. De inspreker krijgt van de commissievoorzitter kort gelegenheid op de vragen van de leden te reageren. Er worden tijdens de vergadering geen discussies toegestaan tussen insprekers en de leden van de commissie.

11.. Bij geagendeerde adviserende onderwerpen krijgt de inspreker na het sluiten van de eerste termijn en voor aanvang van de tweede termijn van de beraadslaging de gelegenheid eventuele ontstane omissies en onduidelijkheden nader toe te lichten.

12.. Bij geagendeerde oriënterende onderwerpen krijgt de inspreker na het sluiten van de eerste termijn, of na afronding van de presentatie, de gelegenheid eventuele ontstane omissies en onduidelijkheden nader toe te lichten.

13.. Indien nodig doet de commissievoorzitter of een lid na afsluiting van de beraadslaging een voorstel voor verdere de behandeling van de inbreng van de inspreker.

14.. Wanneer er voor een te behandelen onderwerp veel insprekers zijn of worden verwacht, wordt daarvoor een afzonderlijke vergadering belegd als de behandeling van de rest van de agenda dit, gelet op het tijdsbeslag, noodzakelijk maakt.

15.. De agendacommissie kan bij het opstellen van de agenda afwijken van het hierboven gestelde.

16.. Hoorzittingen vinden te allen tijde plaats in afzonderlijke vergaderingen.