**1..** In het besluit wordt duidelijk vermeld met welke wettelijke bepalingen de betrokkene in strijd heeft gehandeld, met aanduiding van datum en tijd van de gedraging.
**2..** De gedraging die aan het besluit ten grondslag ligt wordt omschreven, evenals het tijdvak en het gebied waarvoor de ontzegging, het verbod of het bevel geldt. Bij het besluit wordt een kaart of een duidelijke schriftelijke omschrijving van het gebied gevoegd.
**3..** Een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:40 APV, een gebieds- en groepsverbod op grond van artikel 172a Gemeentewet en een bevel op grond van artikel 172b van de Gemeentewet wordt per aangetekende brief aan de betrokkene gezonden. De burgemeester kan het besluit in persoon (laten) uitreiken indien dit noodzakelijk is om het besluit tijdig in werking te laten treden.
**4..** Indien een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:40 APV in de directe nabijheid van een horecabedrijf of op of rondom een evenement in de openbare ruimte aan de betrokkene wordt opgelegd, wordt deze ter plaatse persoonlijk overhandigd met gebruik van het modelbesluit zoals opgenomen in Bijlage 2. In deze situaties wordt de gebiedsontzegging niet per aangetekende brief verzonden.
**5..** Indien de betrokkene minderjarig is, stelt de burgemeester de ouder(s)/verzorger(s) met een aangetekende brief van het besluit in kennis.
**6..** Een afschrift van het besluit wordt verstrekt aan de Politie Eenheid Noord-Nederland, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering en handhaving van het besluit in het kader van de politietaak als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012.
**7..** Een besluit treedt in werking op het moment dat dit aan de betrokkene bekend wordt gemaakt.
Hoofdstuk 3
Artikel 9