1. Het college houdt een leegstandlijst bij waarin de volgende gebouwen of worden opgenomen:

a. overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van deze verordening gedane leegmeldingen door de eigenaar;

b. gebouwen waarvan ambtshalve geconstateerd is dat deze leegstaan en waarvan de leegstand overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van deze verordening gemeld had moeten worden door de eigenaar.

2. De leegstandlijst bevat de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van deze verordening voor zover deze beschikbaar zijn en de datum van inschrijving van het gebouw in de leegstandlijst.

3. De opname van het gebouw in de leegstandlijst wordt door het college aan de eigenaar bekendgemaakt.