Het college beoordeelt de aanvraag voor een vervoersvoorziening middels de in de verordening leerlingenvervoer opgenomen aanvraagprocedure, het onderzoek, het persoonlijke vervoersontwikkelingsplan en de toekenningscriteria en houdt daarbij rekening met het volgende:

a.. Het college beoordeelt bij de toekenning van de aanvraag voor welke vervoersvoorziening de leerling in aanmerking komt. Bij de keuze voor de toe te kennen vervoersvoorziening wordt beoordeeld of vervoer zelfstandig of met begeleiding mogelijk is.

b.. Uitgangspunt van het leerlingenvervoer is de goedkoopst passende vervoersvoorziening (verordening leerlingenvervoer artikel 2. en artikel 10. en de toelichting op de verordening)

c.. Als een kind, eventueel onder begeleiding, kan fietsen, wordt een fietsvergoeding verstrekt. Als een kind, eventueel onder begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen worden de gemaakte kosten van de OV-chipkaart (of eventueel een andere, binnen de gemeente of regio geldende betaalmogelijkheid), rekening houdend met kortingen die voor de leerling binnen het vervoerssysteem kunnen gelden, verstrekt.

d.. In plaats van een vergoeding voor openbaar vervoer is het mogelijk een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto aan te bieden. De vergoeding voor het door ouders zelf georganiseerde vervoer bestaat uit een kilometervergoeding voor de eigen auto op basis van het belastingvrije bedrag per kilometer, gebaseerd op twee retourreizen per dag. Het door het college vastgestelde maximaal aantal kilometers zijnde in dit geval twee keer 6 kilometer per dag van de woning dan wel de opstapplaats, wordt in mindering gebracht op de kilometervergoeding. Tenzij het verstrekken van een OV-chipkaart goedkoper is. In dat geval wordt de waarde van het bedrag van de OV-chipkaart verstrekt.

e.. Als het voor een leerling niet mogelijk is, zelfs niet onder begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer naar school te reizen komt aangepast vervoer in aanmerking. Met aangepast vervoer wordt bedoeld dat er meerdere leerlingen tegelijkertijd in een (school)bus, taxi of taxibusje kunnen zitten. We noemen dit collectief vervoer waarbij het niet vanzelfsprekend is dat leerlingen alleen vervoerd worden. Eventuele begeleiding van de leerling dienen de ouders/verzorgers zelf te organiseren.

f.. Ingeval van een combinatie van verschillende vormen van vervoer zal het college dit betrekken in het onderzoek. Uitgangspunt daarbij is de goedkoopst passende vervoersvoorziening.