**a..** Een aantal leerlingen wordt vanuit een gezinsvervangend tehuis of zorginstelling naar school vervoerd. In het geval een leerling in een gezinsvervangend tehuis woonachtig is of in geval van een zorginstelling aldaar verblijft, zijn de mogelijkheden om begeleiding van deze leerlingen te organiseren beperkt.
**b..** Voor deze leerlingen hanteren wij, ondanks de specifieke situatie waarin deze leerlingen zich bevinden, het bepaalde in de verordening met betrekking tot de afstandsgrens. Dit betekent dat leerlingen die binnen de afstandsgrens wonen en onder begeleiding naar school kunnen reizen niet voor een vervoersvoorziening in aanmerking komen. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van de begeleiding ligt in deze situaties bij het gezinsvervangende tehuis of de zorginstelling.
**c..** Voor leerlingen in een gezinsvervangend tehuis of een zorginstelling, die wel voldoen aan het afstandscriterium, maar die op basis van hun leeftijd of beperking niet in staat zijn zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen (en hier dus begeleiding bij nodig hebben), worden de mogelijkheden voor begeleiding van de leerling die binnen het gezinsvervangend tehuis of zorginstelling aanwezig zijn meegewogen. Leerlingen in een gezinsvervangend tehuis of zorginstelling die in staat worden geacht om zelfstandig met het openbaar te reizen zullen in het kader van leerlingenvervoer een OV-chipkaart ontvangen.
**d..** In de verordening leerlingenvervoer wordt uitgegaan van een voorziening voor het zo zelfstandig mogelijk reizen door de leerling. Om dit te monitoren en te stimuleren kan de aanvraag met ouders worden besproken en wordt vanaf de 9-jarige leeftijd van de leerling in overleg met ouders een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan voor de leerling opgesteld. In het vervoersontwikkelingsplan wordt de weg naar zelfstandig reizen naar en van school beschreven, alsmede de mogelijkheden van de leerling. Met het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. Het uitgangspunt hierbij is dat ontwikkelingsmogelijkheden die uit het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan blijken zoveel mogelijk worden gevolgd.
**e..** In de verordening wordt ervan uitgegaan, dat leerlingen tot een bepaalde leeftijd niet in staat zijn zelfstandig te reizen. Hiervoor wordt, naast de verstrekking van een vervoersvoorziening ook een vervoersvoorziening voor een begeleider verstrekt. De begeleider kan aanspraak maken op een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider.