Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.10

Woonkostentoeslag voor een huurwoning

Onderdeel van Beleidsregels Werk & Inkomen Waalre (2026)

1.. Woonkostentoeslag voor een huurwoning wordt verstrekt als: de inwoner door bijzondere omstandigheden en buiten zijn schuld (nog) geen aanspraak kan maken op een huurtoeslag, terwijl de inwoner op grond van de Wet op de huurtoeslag wel in aanmerking komt voor de toekenning van een huurtoeslag; of de inwoner een huurwoning bewoont waarvan de huurprijs gedeeltelijk niet subsidiabel is op grond van de Wet op de huurtoeslag (het huurdeel boven het rekenplafond) en hij door bijzondere omstandigheden dit niet-subsidiabele deel niet meer kan betalen. er verlies of vermindering van huurtoeslag optreedt als gevolg van de inkomensvrijlating binnen de Participatiewet. 2.. Woonkostentoeslag voor een huurwoning wordt niet verstrekt als: er geen volledige huurtoeslag wordt ontvangen wegens het hebben van onderhuurders. er geen huurtoeslag wordt ontvangen omdat inwoner niet beschikt over zelfstandige woonruimte als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag (met name bij kamerhuur). huurtoeslag wel mogelijk is maar de inwoner dit, verwijtbaar, niet heeft aangevraagd, of het hem te verwijten is dat een lager bedrag is toegekend. de inwoner verwijtbaar een woning heeft betrokken met een structureel niet-subsidiabel huurdeel, terwijl een woning met passendere woonlasten beschikbaar was of kon worden behouden. 3.. Van het bepaalde in lid 2 kan worden afgeweken indien hiervoor zwaarwegende redenen aanwezig zijn. 4.. De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de inwoner wel aanspraak kan maken op huurtoeslag, of als huurtoeslag niet aan de orde is, voor de periode van maximaal 1 jaar. De periode kan na afloop tijdelijk worden verlengd indien het feit dat de inwoner nog niet over goedkopere woonruimte beschikt hem niet te verwijten valt. 5.. De woonkostentoeslag bedraagt het bedrag aan huurtoeslag waarop de inwoner op grond van de Wet voor de huurtoeslag aanspraak zou hebben, uitgaande van de actuele berekeningssystematiek waarbij uitsluitend de subsidiabele huurcomponenten (kale huur) in aanmerking worden genomen. Indien de feitelijke huur hoger is dan het subsidiabele huurdeel, wordt voor de berekening van de woonkostentoeslag uitsluitend uitgegaan van het deel van de huur dat binnen het wettelijk rekenplafond valt. 6.. Indien de inwoner een huurprijs betaald die hoger is dan het rekenplafond voor subsidiabele huur op grond van de Wet op de huurtoeslag, wordt de woonkostentoeslag, verhoogd met het niet-subsidiabele huurdeel, indien dit noodzakelijk wordt geacht ter voorkoming van onaanvaardbare financiële problemen en voor zover dit past binnen de kaders van de bijzondere bijstand. 7.. De woonkostentoeslag wordt in de vorm van een geldlening verstrekt in aangewezen situaties zoals beschreven in artikel 48 lid 2 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel