• - De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt steekproefsgewijs plaats, waarbij de steekproef minimaal een omvang heeft van 10 % van de verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.
  • - Met uitzondering van budgethouders voor verhuizen, gebruik van eigen auto, taxi of rolstoeltaxi, dient iedere budgethouder de volgende stukken te bewaren:
  • - de nota/factuur van de aangeschafte/gehuurde voorziening;
  • - een betalingsbewijs van aanschaf/huur van de voorziening;

of:

  • - bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing;
  • - betalingsbewijzen van de woningaanpassing;

of:

e.een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen.