De burgemeester acht een hond hinderlijk in de zin van artikel 2:59 APV wanneer deze schade veroorzaakt aan roerende of onroerende zaken. Daaronder wordt tevens verstaan het bijten van een persoon zonder dat sprake is van lichamelijk letsel, of het bijten van een ander dier waarbij slechts gering letsel ontstaat en geen medische behandeling noodzakelijk is, of zou zijn geweest. De burgemeester geeft de eigenaar of houder van de hond een bestuurlijke waarschuwing en kan daarbij een aanlijngebod opleggen.
Het aanlijngebod geldt tenminste voor de periode van 2 jaren. Daarna kan de eigenaar gemotiveerd en schriftelijk verzoeken om de opgelegde maatregel op te heffen conform artikel 5 lid 3. Om de maatregel op te kunnen volgen wordt in de beschikking een begunstigingstermijn van twee dagen genoemd. In bijzondere gevallen wordt hiervan afgeweken.
Tabel 1 maatregelen hinderlijke hond
Incident met een persoon
Incident met een ander dier
1e incident
Waarschuwing
Registratie
2e incident
Aanlijn-, muilkorf of aanlijn- en muilkorfgebod
Waarschuwing
3e incident
Zie artikel 6 (last onder dwangsom)
Aanlijn-, muilkorf of aanlijn- en muilkorfgebod
4e incident
Zie artikel 6 (last onder bestuursdwang)
Zie artikel 6 (last onder dwangsom)
5e incident
Zie artikel 6 (last onder bestuursdwang)