Naar hoofdinhoud

Artikel 14

| VAN WERK NAAR WERK-TRAJECT

Onderdeel van Sociaal Statuut gemeente Landsmeer 2026

1.. De boventallige werknemer heeft recht op een van werk naar werk traject dat maximaal 24 maanden duurt, overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1 van hoofdstuk 9 van de CAO, zoals deze bepalingen luiden of in de toekomst komen te luiden. De wettelijke opzegtermijn van artikel 6:672 Burgerlijk Wetboek valt binnen deze 24 maanden. 2.. De werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd – langer dan 2 jaar – die niet tot de vastgestelde einddatum in de eigen functie kan blijven, heeft in beginsel recht op het doorlopen van het van werk naar werk-traject voor de resterende duur van het dienstverband. 3.. De werkgever bepaalt de datum waarop de werknemer boventallig wordt. Het Van werk naar werk-traject start op die datum. 4.. De werkgever en de werknemer onderzoeken samen de wensen en ontwikkelingsmogelijkheden van de werknemer bij de eigen of andere werkgever. Zij onderzoeken ook zijn kansen op de regionale arbeidsmarkt. Bij dit onderzoek kunnen de werkgever en de werknemer een gecertificeerd loopbaanadviseur inschakelen. Het Van werk naar werk-onderzoek kan al starten vóór de datum waarop het Van werk naar werk-traject begint. Het onderzoek is uiterlijk binnen een maand klaar. 5.. Binnen 3 maanden na afronding van het Van werk naar werk-onderzoek stellen de werkgever en de werknemer een Van werk naar werk-contract op. Het contract bevat: de doelen; de voorzieningen die nodig zijn om deze doelen te bereiken; nadere afspraken; en de daaraan verbonden termijnen. De werkgever en de werknemer kunnen afspraken maken over: het toekennen van professionele begeleiding en de duur van die begeleiding; het ergens anders opdoen van werkervaring; de werkzaamheden die de werknemer tijdens het Van werk naar werk-traject verricht; het volgen van een opleiding en het budget voor die opleiding; beperkingen van de werknemer, die zijn gebleken uit het Van werk naar werkonderzoek; de tijd die de werknemer mag gebruiken voor sollicitaties en voor andere inspanningen om ander werk te vinden. Deze tijd is minimaal 20% van het dienstverband. 6.. De noodzakelijke kosten van het Van werk naar werk-traject die de werkgever betaalt zijn maximaal € 7.500,-. Zijn de kosten hoger, dan bepaalt de werkgever of hij die kosten ook betaalt. 7.. Als de medewerker het verzoek indient voor een specifieke maatregel of vorm van ondersteuning, dan wordt dit in principe door de werkgever gehonoreerd, tenzij er zwaarwegende redenen zijn aan de kant van de werkgever om dit niet te honoreren. 8.. De werknemer kan een geschil over de afspraken in het kader van een VWNW-traject ter behandeling voorleggen aan de geschillencommissie onder de bepalingen opgenomen in het Reglement regionale geschillencommissie. De regionale geschillencommissie geeft een zwaarwegend advies aan de werkgever.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel