Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 14

Mee- en inspreken

Onderdeel van Reglement van orde voor de commissie gemeente Dijk & Waard 2026

1.. In de beeldvorming kan een ieder meespreken. Raads- en commissieleden, inwoners en andere belanghebbenden kunnen deelnemen aan de bespreking. 2.. In de oordeelsvorming, kan er alleen worden ingesproken. De inspreektijd bedraagt maximaal 3 minuten. De totale inspreektijd per vergadering bedraagt maximaal 30 minuten wat gelijk staat aan 10 insprekers. Indien er meer insprekers zijn dan de totale inspreektijd toelaat, besluit de agendacommissie de totale inspreektijd evenredig te verdelen over het aantal insprekers of de totale inspreektijd te verlengen. 3.. Mee- en insprekers dienen zich, onder vermelding van naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres, vooraf aan te melden bij de griffie(r), uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de commissievergadering 4.. Na afloop van de inbreng van de inspreker kan de voorzitter de aanwezige fracties/lijsten gelegenheid geven de inspreker vragen ter verduidelijking te stellen. 5.. Na het uitspreken van een inspreektekst en het eventueel beantwoorden van vragen vanuit de fracties/lijsten neemt de inspreker plaats op de voor toehoorders bestemde plaatsen. 6.. Artikel 12, lid 4 tot en met 6, zijn van overeenkomstige toepassing. 7.. Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad besluiten anderen uit te nodigen en/of te laten deelnemen aan de vergadering van de commissie. Toelichting artikel 14 Lid 1 en 2 Een ieder, dus ook inwoners van buiten Dijk en Waard, kan mee- of inspreken aan het begin van de beraadslaging. De inspreektekst moet betrekking hebben op het geagendeerde onderwerp. De commissievergadering is, bij oordeelsvorming, het zwaartepunt van het politieke debat. Hier kunnen insprekers politiek direct beïnvloeden. In de raad vindt besluitvorming plaats en is deze fase vaak al gepasseerd. Er wordt maximaal 3 minuten inspreektijd per inspreker aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken. Lid 3 Vaak staan voor inwoners of belanghebbenden aparte inspraakprocedures open, vastgelegd in wetten zoals de Omgevingswet of de Wabo. Is dit het geval (geweest), dan mag inspreken aan in de commissie niet, omdat procedures anders dubbel gedaan worden en dit niet past in de bevoegdheidsverdelingen tussen bijvoorbeeld raad en college. Er kan altijd nog schriftelijk worden gereageerd op de commissiebehandeling of in de richting van de fracties/lijsten. Verder is het niet de bedoeling dat juridische procedures die mogelijk gaande zijn, of al afgerond zijn, in de politieke arena landen, of overgedaan worden. Inspreken binnen een commissie kan dus niet over onderwerpen die gerechtelijke procedures doorkruisen. Tijdens de bespreking in de commissie is het de bedoeling meningen en standpunten die nog niet eerder gehoord zijn, mee te nemen in debatten. Ook om de bevoegdheidsverdeling zuiver te houden, is het niet wenselijk om juridische procedures in de politieke arena te behandelen. Lid 4 De inwoners of belanghebbenden die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’ voor de vergadering melden bij de griffier. Dit in het belang van een goede voorbereiding van de vergadering. Lid 5 en 6 Inspreker is gericht op het delen van een standpunt met de commissie. Soms vraagt een standpunt om verduidelijking, maar het is niet de bedoeling om een debat te voeren met inwoners of belanghebbenden die inspreken. Daarom is het alleen toegestaan om verduidelijkende vragen te stellen. De inspreker neemt na beantwoording van eventuele vragen daarom weer plaats op de voor toehoorders bestemde plaatsen. Lid 7 Ook mee- en insprekers dienen zich aan de orde van de vergadering te houden. De voorzitter ziet hierop toe.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel