Een ambtenaar die op of na 1 januari 1945 is geboren, heeft
geen recht op deelname aan een van de in dit hoofdstuk genoemde
regelingen. (Zie ook: artikel 5:6 lid 2)
**1.** De seniorenarbeidsduur van de ambtenaar van 56 jaar en ouder, die
een ononderbroken diensttijd heeft van ten minste tien jaren
die direct voorafgaat aan de ingangsdatum van de
vermindering van de seniorenarbeidsduur, waarbij een
onderbreking van twee maanden of minder niet als een
onderbreking wordt aangemerkt; en
geen betrekking vervult waarvan voor de vervulling een
leeftijdsgrens is bepaald wordt, tenzij het dienstbelang
zich daartegen verzet, op zijn verzoek met een vijfde deel
teruggebracht met behoud van de formele arbeidsduur onder
doorbetaling van 90% van de bezoldiging. Er dient minimaal
een arbeidsduur van 7,2 uur per week te resteren.
**2.** Onder diensttijd als bedoeld in het vorige lid wordt verstaan de
diensttijd als omschreven in artikel 2, tweede lid, onder de punten
a tot en met c, van het FPU-reglement basis- en aanvullende
uitkering.
**3.** Bij de vaststelling van de feitelijke arbeidsduur per week wordt
uitgegaan van de met een vijfde teruggebrachte
seniorenarbeidsduur.