Een ambtenaar die op of na 1 januari 1945 is geboren, heeft
geen recht op deelname aan een van de in dit hoofdstuk genoemde
regelingen. (Zie ook: artikel 5:6 lid 2)
**1.** De werknemer in de zin van het FPU-reglement basis- en aanvullende
uitkering heeft recht op een uitkering krachtens het bepaalde in
artikel 18, eerste lid, onderdeel a, van dat reglement, met ingang
van de dag waarop hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt. De
uitkering wordt betaald met ingang van de eerste dag van de maand
volgend op de dag waarop het recht op de uitkering ontstaat. De
pré-vut-uitkering wordt beëindigd met ingang van de eerste dag van
de maand volgend op die waarin de werknemer de leeftijd van 61 jaar
heeft bereikt. Voor de duur van de periode van de pré-vut blijven de
bepalingen van het reglement vrijwillig vervroegde uittreding van
kracht zoals die regeling laatstelijk luidde voor 1 april 1997.
**2.** De uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 75% van het
inkomen zoals omschreven in artikel 1, onderdeel v, van het
FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, met dien verstande
dat het uitkeringspercentage voor de ambtenaar, die wordt bezoldigd
volgens de salarisschalen 1 en 2, 80% van evenbedoeld inkomen
bedraagt.
**3.** Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op
de ambtenaar wiens verzoek, bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, is
ingewilligd.