In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt aangegeven of deze als voorziening in natura of als Pgb wordt verstrekt.
2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval:
a. welke individuele voorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is;
b. de ingangsdatum en duur van de verstrekking;
c. hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een Pgb vermeldt de beschikking in ieder geval:
a. welk resultaat met het Pgb wordt beoogd;
b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het Pgb;
c. de hoogte van het Pgb en hoe deze is bepaald;
d. de duur van de verstrekking waarvoor het Pgb is bedoeld.
4. Bij het besluit wordt aan de belanghebbende informatie verstrekt over de rechten en de plichten van de jeugdige en zijn ouder(s) op grond van de wet, de verordening en de nadere regels.
5. Het college verstrekt alleen een voorziening als bedoeld in lid 2 als de gemaakte kosten zien op een periode van maximaal één maand vóór de aanvraag.
6. Een voorziening in de vorm van een PGB kan niet met terugwerkende kracht worden verstrekt.