• - De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen, de investeringen voor het komende begrotingsjaar en de mutaties in de reserves.
  • - Indien bij aan – en verkoop van vastgoed zich urgente omstandigheden voordoen met een verwachte financiële impact zal in een besloten deel van de van toepassing zijnde raadsvergadering nadere duiding worden gegeven.
  • - Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen het op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringsbudget wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
  • - Burgemeester en wethouders sturen bij, al dan niet na informeren van de raad, als burgemeester en wethouders verwacht dat de lasten van een programma of investering de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden of de geautoriseerde baten van een programma of investering dreigen te onderschrijden.
  • - Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1 doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de investeringsbudgetten en het bijstellen van het beleid.
  • - Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggenburgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 500.000 informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.
  • - Uitgangspunt bij het uitvoeren van investeringsbudgetten is dat deze binnen twee jaar na autorisatie afgewikkeld moeten zijn. Investeringsbudgetten die na beschikbaarstelling door de raad, per ultimo van het begrotingsjaar ouder zijn dan twee jaar, worden niet voor verdere uitvoering in het volgend begrotingsjaar in stand gehouden. Indien een investeringsbudget in afwijking op deze regel in stand dient te worden gehouden, kunnen burgemeester en wethouders hiertoe aan de raad bij het vaststellen van de jaarrekening een voorstel doen.