1. Mandaat wordt altijd in vertrouwen verleend. Indien er twijfel bestaat over de integriteit van de functionaris die in (onder)mandaat bevoegd is, dan dient de bevoegdheid uitgevoerd te worden door het bevoegde orgaan.
2. De gemandateerde dient altijd de geldende gedragscode in acht te nemen bij uitoefening van de bevoegdheid.