Binnen de omvang van mandaat en ondermandaat worden de volgende instructies in acht genomen:
1. In zaken die politiek of maatschappelijk gevoelig liggen, dient tevoren met de portefeuillehouder overleg plaats te vinden.
2. In zaken waarin zich financiële consequenties voordoen die niet eerder zijn voorzien, dient overleg plaats te vinden met de manager, het afdelingshoofd.