Afwegingskader

Dit afwegingskader dient als leidraad voor het bepalen van de hersteltermijnen en de hoogte van boete- en dwangsombedragen.

In het onderstaande kader staat welke prioriteit het college toekent aan de voorschriften. De prioriteiten zijn daarin aangeduid met “Hoog”, “Midden” en “Laag”. Bij het toekennen ervan geldt als grondslag de bijdrage van het voorschrift aan het bieden van een veilige, gezonde en pedagogisch verantwoorde opvang: hoe hoger die bijdrage, hoe hoger de prioriteit. De boetebedragen in het schema zijn gerelateerd aan de prioriteitstelling.

In dit afwegingskader omvat de term kinderopvangvoorziening alle vormen van kinderopvang: kinderdagverblijf (dagopvang), buitenschoolse opvang, gastouderbureau en voorziening voor gastouderopvang (gastouder).

De in het kader per voorschrift benoemde hersteltermijnen en boetebedragen zijn van toepassing op alle kinderopvangvoorzieningen tenzij anders vermeld.

Wanneer het afwegingskader niet voorziet in een voorschrift wordt voor het bepalen van de hersteltermijn en het boete- of dwangsombedrag aansluiting gezocht bij voorschriften waarin het kader wel voorziet. Voor wetswijzigingen die na vaststelling van het lokale handhavingsbeleid zijn aangepast, geldt dat de wetteksten leidend zijn. Bij het bepalen van boete- of dwangsombedragen wordt aansluiting gezocht bij de in het kader meest relevante tekst. Dit kan ook de oude wettekst zijn.

Hersteltermijn

Een toelichting op de hersteltermijnen staat in hoofdstuk 4 van het handhavingsbeleid.

Als uitgangspunt gelden de volgende termijnen:

  • - Maximaal drie weken voor herstel van overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang;
  • - Maximaal zes weken voor herstel van overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang;
  • - Maximaal drie maanden voor herstel van overtredingen met lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Met deze uitgangspunten wordt de hersteltermijn per situatie aan de hand van de specifieke omstandigheden bepaald.

Bij meerdere overtredingen kunnen de hersteltermijnen afgestemd worden op het voorschrift met de kortste hersteltermijn.

Als de omstandigheden hiertoe naar het oordeel van het college aanleiding geven kan worden besloten tot een langere hersteltermijn dan hierboven vermeld.

Bestuurlijke boete en dwangsom

In het handhavingsbeleid (hoofdstuk 4) staat toegelicht welke afwegingen kunnen worden gemaakt om de hoogte van een boetebedrag of last onder dwangsom vast te stellen. Naast de prioriteit in het afwegingskader zijn de bedragen gerelateerd aan de omvang van de desbetreffende kinderopvangvoorziening.

De maatstaf voor het vaststellen van de omvang van een kinderopvangvoorziening is als volgt:

  • - Grote organisaties: meer dan 100 geregistreerde kindplaatsen/bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang (gastouders).
  • - Middelgrote organisaties: 51 tot en met 100 geregistreerde kindplaatsen/bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
  • - Kleine organisaties: minder dan 51 geregistreerde kindplaatsen/bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
  • - Voorzieningen voor gastouderopvang.

Ad 1. Voor een grote organisatie geldt als richtlijn het volledige normbedrag zoals opgenomen in

het afwegingskader (zie onderstaand).

Ad 2. Voor een middelgrote organisatie is twee derde van het normbedrag de richtlijn.

Ad 3. Voor een kleine organisatie is de richtlijn één derde deel van het normbedrag.

Ad 4. Voor voorzieningen voor gastouderopvang is dat 10% van het normbedrag. Dit geldt niet voor het onderdeel van het afwegingskader met de aanvullende regelgeving voor gastouders. Daar is de hoogte van het bedrag al afgestemd op deze opvangvorm.

Onderstaande factoren kunnen leiden tot een verhoging of een verlaging van het boetebedrag:

  • - Herhaalde overtreding (recidive);
  • - De ernst van de overtreding;
  • - De mate van verwijtbaarheid;
  • - De omstandigheden waaronder de overtreding is begaan;
  • - Een al dan niet actieve houding gericht op beëindiging van de overtreding;
  • - Een gedeeltelijke beëindiging van de overtreding;
  • - Het genoten economische voordeel als gevolg van de overtreding.

Het uitgangspunt voor de hoogte hiervan is in principe het boetebedrag als opgenomen in onderstaand kader. Gelet op de aard en het doel van de dwangsom speelt de omvang van een kinderopvangvoorziening in beginsel geen rol bij vaststelling van dit bedrag. Het dwangsombedrag kan afhankelijk van omstandigheden zoals het herstelgedrag en de ernst van de overtreding worden verhoogd. Zie ook het handhavingsbeleid, hoofdstuk 4.

Kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, gastouder
Registratie, wijzigingen en administratieHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
Een kinderopvangvoorziening wordt niet in exploitatie genomen voordat uit onderzoek is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften. Artikel 1.62 Wkon.v.t.Hoog23.100
De houder doet onverwijld mededeling aan het college van een wijziging in de aangewezen gegevens, nadat deze wijziging hem bekend is geworden. Artikel 1.45 Wko – Informatieplicht houdern.v.t.Hoog2.200
De administratie van de houder bevat alle verplichte documentatie. Artikel 1.48 Wko – Administratieplicht houderaHoog1.650
De administratie is zodanig ingericht dat deze op verzoek van de toezichthouder tijdig wordt verstrekt. Artikel 1.48 lid 2 Wko – Administratieplicht houderaHoog2.200
Kinderopvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder. Artikel 1.52 Wko – Schriftelijke overeenkomstaHoog1.100
Naleving handhavingHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De houder komt een vordering tot medewerking van de toezichthouder na. Artikel 1.61 lid 1 Wko – Medewerkingsplicht houdern.v.t.Hoog5.500
De houder volgt een aanwijzing op. Artikel 1.65 lid 1 Wko – Aanwijzing door het collegea, b, cHoog4.400
De houder volgt een bevel op. Artikel 1.65 lid 3 Wko – Bevel door toezichthoudern.v.t.Hoog7.700
De houder volgt een exploitatieverbod op Artikel 1.66 Wko – Exploitatieverbodn.v.t.Hoog25.300
Pedagogisch beleid en uitvoeringHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De houder draagt zorg voor verantwoorde opvang, rekeninghoudend met de ontwikkelingsfase waar kinderen zich bevinden en de vier basisdoelen. Artikel 1.50 lid 2 Wko – Pedagogisch beleidsplan De houder heeft een pedagogisch beleidsplan / pedagogisch beleidsplan voorschoolse educatie. De houder draagt er zorg voor dat volgens dit beleidsplan wordt gehandeld. Artikel 1.50 Wko – Pedagogisch beleidsplana, bHoog3.300
Het pedagogisch beleidsplan / pedagogisch beleidsplan voorschoolse educatie omvat alle voorgeschreven onderwerpen. Artikel 1.50 Wko – Pedagogisch beleidsplana, bMidden1.650
De houder evalueert jaarlijks de uitvoering van het pedagogisch beleidsplan voorschoolse educatie en stelt dit zo nodig bij. Artikel 2a lid 3 besluit basisvoorwaarden kwaliteit ve – Evaluatie pedagogisch beleidsplan VEcMidden1.100
Voorschoolse educatieHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
Het aanbod voorschoolse educatie is zodanig ingericht dat een kind het wettelijk voorgeschreven aantal uren aan voorschoolse educatie kan ontvangen. Artikel 2 lid 1 besluit basisvoorwaarden kwaliteit ve – Omvang voorschoolse educatiea, bHoog2.200
Voor de voorschoolse educatie wordt een gestructureerd en samenhangend ontwikkelingsprogramma gebruikt. Artikel 5 – Eisen aan het programma voor voorschoolse educatiea, bHoog2.200
De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan voorschoolse educatie vast en geeft hieraan uitvoering. De houder evalueert het plan jaarlijks en stelt dit zo nodig bij. Artikel 6 lid 2 besluit basisvoorwaarden kwaliteit ve – Opleidingsplan voorschoolse educatiecmidden1.100
Verklaring omtrent het gedrag (VOG) en personenregister kinderopvangHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
Een VOG-plichtige * is ingeschreven in het personenregister; * is in het personenregister gekoppeld aan de houder; * vangt de werkzaamheden aan nadat deze koppeling in het personenregister is gelegd. Artikel 1.56a Wko – Personenregister kinderopvangaHoog4.400
Een door de toezichthouder opgevraagde nieuwe VOG wordt binnen de gestelde termijn overlegd. De houder verlangt dat een VOG-plichtige opnieuw een VOG overlegt binnen de daartoe gestelde termijn. De houder overlegt een door de toezichthouder opgevraagde VOG binnen de daartoe gestelde termijn. Artikel 1.56b Wko – Overleggen van een nieuwe VOGahoog4.400
BeroepskwalificatiesHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De beroepskracht / beroepskracht meertalige opvang / beroepskracht voorschoolse educatie / pedagogisch beleidsmedewerker / gastouder beschikt over de wettelijk voorgeschreven kwalificaties. Artikel 5,6,7,8,10a besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog4.400
Beroepskracht-kindratio en de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairesHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De beroepskracht-kindratio voldoet aan de voorschriften. Artikel 10,11,12 besluit kwaliteit kinderopvangaHoog4.400
De inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs geschiedt overeenkomstig de geldende cao. De verhouding tussen het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten en de beroepskrachten in opleiding of stagiairs is conform de wet. artikel 9c van de Regeling Wet kinderopvangaHoog3.300
Als op basis van de beroepskracht-kindratio één beroepskracht aanwezig is, is er volgens de voorschriften een calamiteitenachterwacht beschikbaar. Artikel 17 lid 3 besluit kwaliteit kinderopvang – Calamiteitenachterwacht bij één beroepskrachtaHoog3.300
De houder toont met een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van de aankomst- en vertrektijden, aan dat dat hij voldoet aan de benodigde beroepskracht-kindratio en indien van toepassing de afwijking daarvan. Artikel 11 lid 2 sub j regeling wet kinderopvang – Administratie kindercentrumaHoog3.300
Als door de geoorloofde afwijking van de beroepskracht-kindratio slechts één beroepskracht op het kindercentrum wordt ingezet, is ter ondersteuning ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig. Artikel 17 lid 4 besluit kwaliteit kinderopvang – Aanvullende eis bij afwijking BKR /coachaHoog3.300
Pedagogisch beleidsmedewerker/coachHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De houder stelt jaarlijks het aantal uren waarvoor hij pedagogisch beleidsmedewerkers inzet volgens de voorgeschreven rekenregels vast. Artikel 8 voor dagopvang, artikel 17 voor BSO - besluit kwaliteit kinderopvangbHoog2.200
De houder verdeelt jaarlijks de berekende inzet over alle kindercentra en legt dit schriftelijk vast. De urenverdeling is zodanig dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt. Artikel 8 lid 3 besluit kwaliteit kinderopvang – Verdeling inzet pedagogisch beleidsmedewerker/coachbHoog2.200
Stabiliteit van de opvangHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De opvang vindt plaats in stamgroepen/basisgroepen. Een kind wordt opgevangen in één stamgroep/basisgroep. Artikel 1 begripsbepalingen en artikel 15 groepsindelingen van besluit kwaliteit kinderopvangaHoog4.400
De maximale groepsgrootte voldoet aan de voorschriften. Artikel 11 groepsgrootte dagopvang, artikel 12 groepsgrootte bso, groepsgrootte combinatiegroepen van besluit kwaliteit kinderopvangaHoog4.400
De houder deelt de ouders en het kind mee tot welke stamgroep het kind behoort en welke beroepskracht(en) op welke dag aan deze stamgroep is (zijn) toegewezen. Artikel 15 lid 3 – Informatie over stamgroep en beroepskracht van besluit kwaliteit kinderopvangb, cMidden1.100
Aan een kind zijn conform de voorschriften vaste beroepskrachten toegewezen. De vaste beroepskracht werkt op de stamgroep van het kind. Artikel 15 lid 4 – Vaste beroepskracht op stamgroep van besluit kwaliteit kinderopvangaHoog2.200
Een kind maakt gedurende de week gebruik van ten hoogste twee verschillende stamgroepruimtes. Artikel 15 lid 5 – Beperking stamgroepruimtes van besluit kwaliteit kinderopvanga, bMidden1.100
Met vooraf gegeven schriftelijke toestemming van de ouders kan een kind gedurende een overeengekomen periode worden opgevangen in één andere stamgroep/basisgroep dan de eigen stamgroep/basisgroep. Artikel 15 lid 6 – Tijdelijke opvang in andere stamgroep/basisgroep van besluit kwaliteit kinderopvanga, bMidden1.100
Aan ieder kind is een mentor toegewezen. De mentor bespreekt de ontwikkeling van het kind met de ouders en is aanspreekpunt. Artikel 16 lid 1 sub c – Mentor en oudercontact van besluit kwaliteit kinderopvanga, bMidden1.100
VoertaalHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De voertaal is Nederlands. Artikel 20 lid 1 – Voertaal in de kinderopvang an besluit kwaliteit kinderopvangaHoog3.300
De houder heeft een gedragscode vastgesteld waarnaar wordt gehandeld. Artikel 16 lid 1 sub d – Gedragscode van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog2.200
De meertalige opvang voldoet aan de gestelde eisen. Artikel 20 lid 1 tot 6 – Meertalige opvang van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog2.200
Beleid veiligheid en gezondheid en uitvoeringHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De houder heeft beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat conform het beleid wordt gehandeld. Artikel 16 lid 1 sub a – Veiligheid en gezondheid van besluit kwaliteit kinderopvangaHoog4.400
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid is schriftelijk vastgesteld en is actueel. Artikel 16 lid 2 – Schriftelijk en actueel beleid van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog3.300
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat alle voorgeschreven onderwerpen en een plan van aanpak. Artikel 16 lid 3 – Inhoud van het veiligheids- en gezondheidsbeleid van besluit kwaliteit kinderopvanga, bMidden1.650
Er is te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig die in het bezit is van een geldige EHBO-kwalificatie. Artikel 21 – Aanwezigheid EHBO-gekwalificeerde volwassene van besluit kwaliteit kinderopvangaHoog2.200
Meldcode en meld-, overleg- en aangifteplichtHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De houder heeft een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld waarin stapsgewijs is aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan. De meldcode draagt er redelijkerwijs aan bij dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. Artikel 16 lid 1 sub b – Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog3.300
De meldcode omvat alle voorgeschreven onderwerpen. Artikel 16 lid 4 – Inhoud van de meldcode van besluit kwaliteit kinderopvanga, bMidden1.650
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode. Artikel 16 lid 5 – Bevorderen kennis en gebruik meldcode van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog2.200
De houder voldoet aan de overleg- en aangifteplicht bij een (mogelijk) seksueel misdrijf of mishandeling van een opvangkind. Artikel 16 lid 6 – Overleg- en aangifteplicht bij (mogelijk) seksueel misdrijf of mishandeling van besluit kwaliteit kinderopvangaHoog2.200
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de te volgen handelwijze met betrekking tot seksuele misdrijven of mishandeling van opvangkinderen: meldplicht voor medewerkers, overlegmogelijkheid- en aangifteplicht voor medewerkers, overleg- en aangifteplicht voor de houder. Artikel 16 lid 7 – Bevorderen kennis en gebruik handelwijze bij seksueel misdrijf of mishandeling van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog2.200
AccommodatieHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
Een stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte. Artikel 15 lid 2 – Vaste stamgroepruimte van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog4.400
Per aanwezig kind is ten minste 3,5 m2 binnenspeelruimte beschikbaar. Artikel 7 lid 1 – Binnenspeelruimte per kind van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog4.400
Per aanwezig kind is ten minste 3 m2 aan vaste buitenspeelruimte beschikbaar. Artikel 8 lid 1 – Buitenspeelruimte per kind van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog4.400
De binnen- en buitenruimtes zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht, in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de kinderen. Artikel 6 lid 1 – Inrichting binnen- en buitenruimtes van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog3.300
De buitenspeelruimte is aangrenzend (KDV) of gelegen in de directe nabijheid van het kindercentrum en voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar (BSO). Artikel 8 lid 2 – Ligging en bereikbaarheid van de buitenspeelruimte van besluit kwaliteit kinderopvanga, bMidden2.200
Het kindercentrum beschikt over een op het aantal aanwezige kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte. Artikel 9 lid 1 – Slaapruimte afgestemd op aantal kinderen van besluit kwaliteit kinderopvanga, bHoog3.300
Ouderrecht en klachtrechtHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De houder informeert de ouders en belangstellenden over het te voeren beleid als bedoeld in Afdeling 3, paragraaf 2 “Eisen” van de Wko. Artikel 17 – Informatie over het te voeren beleid van besluit kwaliteit kinderopvangb, cMidden1.650
De houder informeert ouders en medewerkers in overeenstemming met de wet over het inspectierapport. Artikel 1.62a – Informatieplicht over inspectierapport van WkocLaag825
De houder heeft een reglement voor de oudercommissie vastgesteld. Het reglement voldoet aan de voorschriften. Artikel 18 lid 1 – Reglement oudercommissie van besluit kwaliteit kinderopvangb, cMidden1.100
De houder heeft volgens de voorschriften een oudercommissie ingesteld. De houder spant zich voldoende in om een oudercommissie in te stellen. Artikel 1.60 – Instellen oudercommissie en artikel 1.60 lid 2 – Inspanningsverplichting van Wkob, cMidden1.100
De houder betrekt de ouders voldoende bij de onderwerpen waarvoor het adviesrecht geldt. De houder biedt de ouders de gelegenheid deel te nemen aan een oudercommissie. Artikel 1.61 – Betrekken van ouders en oudercommissie van Wkob, cMidden1.100
De houder is aangesloten bij een erkende geschillencommissie. De houder brengt de geschillencommissie op passende wijze onder de aandacht van de ouders. Artikel 1.56 lid 1 – Aansluiting bij erkende geschillencommissie en Artikel 1.56 lid 2 – Onder de aandacht brengen bij ouders van Wkob, cMidden1.100
De houder heeft een klachtenregeling getroffen. De klachtenregeling is compleet. De houder brengt de klachtenregeling en wijzigingen daarvan op passende wijze onder de aandacht van de ouders en handelt overeenkomstig deze regeling. Artikel 1.56 lid 3 – Klachtenregeling van Wkob, cHoog2.200
De houder stelt volgens de voorschriften een klachtenjaarverslag op en stuurt dit tijdig in. Artikel 1.56 lid 4 – Klachtenjaarverslag van WkocLaag825
Gastouderbureau
Aanvullende regelgeving voor gastouderbureausHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De houder draagt zorg voor het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang die bijdraagt aan een aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. Het beleid van de houder is zodanig dat dit leidt of redelijkerwijs moet leiden tot naleving door de gastouder van artikel 1.56b Wko. Artikel 1.56a – Verantwoordelijkheid houder gastouderbureau van Wkoa, bHoog4.400
De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de opvangkinderen op het opvangadres door de gastouder zoveel mogelijk is gewaarborgd. Artikel 1.56a lid 2 – Beleidsverantwoordelijkheid houder gastouderbureau van Wkoa, bHoog4.400
De houder draagt er zorg voor dat jaarlijks samen met de gastouder op het opvangadres de veiligheids- en gezondheidsrisico’s worden geïnventariseerd die de opvang van kinderen in alle voor hen toegankelijke ruimtes met zich brengt. Het bijbehorende plan van aanpak wordt samen met de gastouder opgesteld. Artikel 11 lid 1 – Risico-inventarisatie en plan van aanpak van besluit kwaliteit gastouderopvanga, bHoog4.400
De houder draagt er zorg voor dat per voorziening voor gastouderopvang wordt beoordeeld hoeveel kinderen en van welke leeftijd opgevangen kunnen worden. De houder draagt er zorg voor dat per voorziening voor gastouderopvang wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen verantwoord is. Artikel 12 eerste en tweede lid – Verantwoord aantal en samenstelling kinderen van besluit kwaliteit gastouderopvanga, bHoog4.400
De houder draagt er zorg voor dat ieder opvangadres minstens tweemaal per jaar wordt bezocht, waarbij het jaarlijkse voortgangsgesprek met de gastouder een onderdeel is van één van deze bezoeken. Artikel 13 lid 1 – Bezoekfrequentie en voortgangsgesprek van besluit kwaliteit gastouderopvanga, bHoog4.400
De houder zorgt ervoor dat jaarlijks de gastouderopvang mondeling met de vraagouders wordt geëvalueerd. De evaluatie wordt schriftelijk vastgelegd. Artikel 13 lid 2 – Evaluatie met vraagouders van besluit kwaliteit gastouderopvangb, cMidden1.650
De houder zorgt voor de overige aspecten van de zorgplicht (artikel 11b Regeling kwaliteit gastouderbureaus). Artikel 11b – Overige aspecten van de zorgplicht van regeling kwaliteit gastouderbureausb, cMidden1.650
De houder toetst jaarlijks de naleving door gastouder van de eisen die aan de accommodatie van de opvanglocatie worden gesteld. Artikel 14 lid 1 – Jaarlijkse toetsing accommodatie-eisen van besluit kwaliteit gastouderopvangb, cHoog2.200
Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat het goed bereikbaar is voor vraag- en gastouder. Artikel 15 – Bereikbaarheid gastouderbureau van besluit kwaliteit gastouderopvangbMidden1.650
De houder draagt zorg voor doorgeleiding van de betalingen van ouders aan gastouders. Artikel 16 – Doorgeleiding van betalingen van besluit kwaliteit gastouderopvangbHoog3.300
Gastouder
Aanvullende regelgeving voor gastoudersHersteltermijnPrioriteitBoetebedrag
De gastouder biedt verantwoorde gastouderopvang aan waaronder wordt verstaan opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. Artikel 1.56b – Verantwoorde gastouderopvang van Wkoa, bHoog1.100
De gastouder beschikt over een zodanige deskundigheid, organiseert de gastouderopvang op zodanige wijze, voorziet de voorziening voor gastouderopvang zodanig van materieel en voert een zodanig pedagogisch beleid, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde gastouderopvang. Artikel 1.56c – Eisen aan deskundigheid, organisatie, materieel en pedagogisch beleid van Wkoa, bHoog1.100
De gastouder handelt overeenkomstig het pedagogisch beleidsplan van het gastouderbureau. Artikel 10 lid 2 – Pedagogisch beleidsplan van besluit kwaliteit gastouderopvanga, bHoog1.100
De gastouder * neemt de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid in acht; * draagt er zorg voor dat de maatregelen uit het plan van aanpak binnen de gestelde termijn zijn genomen; * houdt de ongevallenlijst actueel. Artikel 11 lid 2 – Verantwoordelijkheden gastouder bij risico-inventarisatie van besluit kwaliteit gastouderopvanga, bHoog1.100
De gastouder leeft de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling na. Artikel 10 lid 3 – Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van besluit kwaliteit gastouderopvanga, bHoog1.100
De gastouder vangt ten hoogste 6 kinderen tegelijkertijd op. Artikel 1.56e lid 1 – Maximumaantal op te vangen kinderen van WkoaHoog1.100
De gastouder stemt de maximale groepsgrootte af op de leeftijdscategorieën van de kinderen. Artikel 12 lid 3 – Afstemming groepsgrootte op leeftijdscategorieën van besluit kwaliteit gastouderopvangaHoog1.100
De gastouder heeft adequate vervanging bij calamiteiten wanneer er meer dan drie kinderen aanwezig zijn. Deze achterwachtregeling voldoet aan de voorschriften. Artikel 12 lid 4 – Achterwachtregeling bij calamiteiten van besluit kwaliteit gastouderopvangaHoog1.100
De voorziening voor gastouderopvang * beschikt over voldoende speel- en slaapruimte; * beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden; * is voorzien van rookmelders. * is te allen tijde rookvrij. Artikel 14 lid 2 – Eisen aan de voorziening voor gastouderopvang van besluit kwaliteit gastouderopvangaHoog1.100
De gastouder is telefonisch goed bereikbaar. Artikel 15 – Bereikbaarheid gastouder van besluit kwaliteit gastouderopvangaHoog1.100