1.. Jeugdigen en/of ouders komen slechts in aanmerking voor een individuele voorziening wanneer het college of een andere verwijzer vaststelt dat:

  • - sprake is van concrete opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of stoornissen bij de jeugdige
  • - inzet noodzakelijk is om de jeugdige gelet op deze problemen in staat te stellen:
  • - Gezond en veilig op te groeien
  • - Te groeien naar zelfstandigheid
  • - Voldoende redzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, en
  • - de jeugdige en/of ouders zelf of met hun sociale netwerk geen passende oplossing voor de hulpvraag kunnen vinden (eigen kracht als bedoeld in artikel 19), en
  • - een algemene voorziening geen oplossing biedt voor de hulpvraag, en
  • - de jeugdige en/of ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag op te lossen.

2.. Als de aanvraag ziet op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouders voorafgaand aan de aanvraag hebben gemaakt, verstrekt het college alleen een voorziening:

  • - als op het moment van de aanvraag sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen,
  • - voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen en
  • - voor zover de kosten zijn gemaakt tot drie maanden vóór de aanvraag.