**1..** Pas als een jeugdige en/of ouders in aanmerking komen voor een individuele voorziening en de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een persoonsgebonden budget, toetst het college aan de hand van het in lid 2 genoemde budgetplan en een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 4.1.6 van de Jeugdwet of voldaan wordt aan de in artikel 8.1.1. lid 2 van de Jeugdwet opgenomen voorwaarden.
**2..** In het budgetplan staat in elk geval:
de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en een persoonsgebonden budget gewenst is;
bij welke aanbieder jeugdige en/of ouders de jeugdhulp willen inkopen, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd;
hoe de kwaliteit van de jeugdhulp is gewaarborgd;
wat de kosten voor de jeugdhulp zijn uitgedrukt in aantal eenheden en tarief;
wie het persoonsgebonden budget beheert en hoe deze taken worden uitgevoerd.
**3..** Het college toetst of de budgetbeheerder voldoende vaardig is om het persoonsgebonden budget te beheren als bedoeld in lid 2 sub e aan de hand van het overzicht van 10 pgb-vaardigheden dat de Rijksoverheid heeft opgesteld.
**4..** Het persoonsgebonden budget bevat geen vrij besteedbaar bedrag.
**5..** Het persoonsgebonden budget mag niet gebruikt worden voor:
kosten voor bemiddeling;
kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;
kosten voor het voeren van een persoonsgebonden budget-administratie;
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een persoonsgebonden budget;
kosten voor feestdagenuitkering en/of een eenmalige uitkering;
reiskosten.
**6..** De persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt kan iemand die behoort tot het sociale netwerk inzetten voor het bieden van jeugdhulp, met uitzondering van ggz-behandeling. Deze behandeling kan alleen door een professional worden verleend die niet tot het sociale netwerk van de jeugdige behoort.
**7..** Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het persoonsgebonden budget voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de jeugdige en/of ouders het persoonsgebonden budget in die periode anders ten onrechte kan inzetten.
HOOFDSTUK 5
Artikel 20.
Toekenningscriteria persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Beuningen 2026