**1..** Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als:
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek (artikel 13 lid 3) duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden;
er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking;
wanneer de beoogde persoonsgebonden budget-vertegenwoordiger dezelfde persoon is als de beoogde hulpverlener, tenzij het college daar schriftelijk toestemming voor heeft gegeven.
**2..** Het college weigert een persoonsgebonden budget als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de Jeugdwet van toepassing is.
HOOFDSTUK 5
Artikel 21.
Weigeringsgronden persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Beuningen 2026