Als de gemeente van mening is dat de inwoner in het kader van het verminderen of wegnemen van zijn beperkingen een woningaanpassing nodig heeft, dan stelt de medewerker van de gemeente of een extern adviseur een programma van eisen op voor de goedkoopst compenserende voorziening. De woningeigenaar wordt per brief geïnformeerd over de woningaanpassing.
5.6.1 PGB-plan
De gemeente verstrekt de woningaanpassing voor de goedkoopst compenserende voorziening in de vorm van een PGB. De inwoner moet bij de aanvraag van de woningaanpassing een PGB-plan indienen als de waarde van de woningaanpassing lager is dan € 10.000,-. Is de waarde hoger dan € 10.000,- , dan hoeft de inwoner geen PGB-plan in te dienen. Zie over het PGB hoofdstuk 11.
Wanneer de woningaanpassing een waarde heeft die hoger is dan € 10.000,- zal de gemeente een programma van eisen aanleveren aan de inwoner. In dit programma van eisen staat aan welke eisen de woningaanpassing moet voldoen. De inwoner verstrekt de gemeente vervolgens offertes waarbij is voldaan aan het programma van eisen.
5.6.2 Aantal offertes
De inwoner verstrekt de gemeente een aantal offertes afhankelijk van de waarde van de woningaanpassing. Hoeveel offertes een inwoner moet aanleveren bij de gemeente staat in hoofdstuk 11.7.3.
5.6.3Toestemming gemeente
Als de gemeente één van de aangeleverde offertes goedkeurt, geeft de gemeente vervolgens toestemming voor het realiseren van de woningaanpassing, op voorwaarde dat niet al - zonder toestemming - een begin is gemaakt met de werkzaamheden waarop het persoonsgebonden budget betrekking heeft.
5.6.4 De eigenaar voert uit
De woningeigenaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningaanpassing conform het programma van eisen.
5.6.5 De gemeente controleert
De gemeente verleent, indien van toepassing, slechts een persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing als de gemeente (of afgevaardigden) toegang hebben gekregen tot de woning. Controle vindt achteraf plaats. De aangewezen personen moeten ook inzicht krijgen in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing en de gelegenheid krijgen de woningaanpassing te controleren.
5.6.6 Uitbetaling aan de woningeigenaar en gereedmelding
Het persoonsgebonden budget wordt meestal uitbetaald aan de aannemer na overlegging van facturen. Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden, uiterlijk 15 maanden na het verlenen van toestemming voor het aanpassen van de woning, verklaart diegene aan wie het PGB wordt uitbetaald (de woningeigenaar) aan de gemeente dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid (de gereedmelding) volgens het programma van eisen. De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de laatste factuur van de aannemer. De gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder het PGB is verleend. Alle rekeningen en betalingsbewijzen worden bijgevoegd. Na gereedmelding, en indien van toepassing controle van de woningaanpassing, wordt bekeken of de hoogte van het toegekende PGB juist is. Wijkt de hoogte van de kosten van de woningaanpassing af van de hoogte van het toegekende PGB, dan past de gemeente de hoogte van het toegekende PGB aan zodat het toegekende PGB toereikend is. De woningaanpassing moet nog wel altijd de goedkoopst compenserende woningaanpassing zijn.
5.6.7 Opstalverzekering
Bij het vergroten van de woning wordt ervan uitgegaan dat de eigenaar van de woning zijn opstalverzekering aan de hogere herbouwwaarde van de woning aanpast.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.6
Een bouwkundige woningaanpassing
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Kampen