**1..** De fractie reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage, ter besteding door die fractie in volgende jaren. Het bestedingsdoel van de reserve is in overeenstemming met artikel 3 van deze verordening.
**2..** De reserve is niet groter dan 100% van de bijdrage over één jaar die de fractie toekomt. Als de reserve het toegestane maximum overschrijdt, moet het meerdere worden terugbetaald of wordt verrekend met de nog te ontvangen bijdrage van het lopende jaar.
**3..** Het is een stichting niet toegestaan een tijdelijk of permanent liquiditeitsoverschot op een andere rekening te storten dan een uitsluitend voor dit doel geopende en beheerde spaarrekening. Indien een stichting dat wenst is het tevens mogelijk een liquiditeitsoverschot tussentijds terug te storten aan de gemeente.
**4..** De aard van de in het vorige lid bedoelde spaarrekening is zodanig dat de nominale omvang van de stortingen intact blijft en dat te allen tijde het gehele tegoed voor de stichting onmiddellijk en zonder betaling van boetes opeisbaar is.
**5..** Fracties die bij inwerkingtreding van deze verordening over een reserve beschikken die groter is dan de in dit artikel bepaalde omvang, mogen deze reserves behouden en kunnen deze inzetten ter dekking van toekomstige kosten voor fractieondersteuning.
**6..** De reserve blijft na de verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert in de raad, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de burgemeester als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.
**7..** Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger is dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op het meerdere.
**8..** Bij splitsing van een fractie komt de reserve toe aan de fractie, die als voortzetting van de oorspronkelijke fractie kan worden aangemerkt.
**9..** Voor het bepalen van de hoogte van de reserve wordt het kosten-baten stelsel gehanteerd.
**10..** De stichting aangewezen door een fractie die als gevolg van verkiezingen uit de raad verdwijnt dan wel ophoudt te bestaan, of door een fractie die tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, is verplicht de opgebouwde reserve te restitueren aan de gemeente, met uitzondering van het gedeelte van de reserve dat moet worden aangewend voor de afhandeling van nog lopende (personele) verplichtingen. Restitutie van de reserve dient plaats te vinden binnen een maand na vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 10 lid 2 door de gemeenteraad, tenzij de voormalige fractie schriftelijk en gemotiveerd aan het dagelijks bestuur van de gemeenteraad aangeeft waarom deze termijn niet haalbaar is en daarbij tevens aangeeft voor welke datum restitutie zal plaatsvinden.
Artikel 8.
Reserve
Onderdeel van Verordening op de financiële bijdrage aan Tegemoetkoming raadsfracties 2026 Tilburg