**1..** De eigenaar of houder van de hond kan één jaar nadat een aanlijngebod of een aanlijn- en/of muilkorfgebod als bedoeld in artikel 3 lid 1 is opgelegd, de burgemeester schriftelijk verzoeken om het opgelegde gebod op te heffen. Vereist is dat in de periode waarin het opgelegde gebod van kracht is geweest, geen overtredingen van het gebod én geen bijtincidenten met de hond hebben plaatsgevonden.
**2..** De eigenaar van de hond kan verzocht worden door middel van een gedragstest of risico-assessment zoals bedoeld in artikel 4 aan te tonen dat de hond geen hinderlijk of gevaarlijk gedrag meer zal vertonen.
**3..** Indien de eigenaar of houder geen gedragstest of risico-assessment op het verzoek zoals bedoeld in lid 2 laat uitvoeren, kan de burgemeester het verzoek tot opheffing als bedoeld in lid 1 afwijzen. Het opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgebod wordt dan niet opgeheven en blijft onverminderd van kracht.
**4..** Als de burgemeester van oordeel is dat de hond geen hinderlijk of gevaarlijk gedrag meer zal vertonen, kan hij het verzoek als bedoeld in het eerste lid inwilligen.