Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:1:1:14

Inconveniënten

Onderdeel van CAR/UWO

Aan de ambtenaar, die naar het oordeel van het bestuursorgaan extra zware werkzaamheden of werkzaamheden onder extra bezwarende omstandigheden verricht, wordt een vergoeding toegekend overeenkomstig nader door het bestuursorgaan te stellen regelen. De werkwijze voor het bepalen van toeslagen voor in de functie gelegen inconveniënten. is als volgt: Met erkenning van de huidige rangordening van functies naar inconveniënten worden gedifferentieerde toeslagen per maand toegekend naar de volgende categorieën, percentages en berekeningsbasis: Categorie 0: geen toeslag Categorie 1: ten bedrage van 1,5% Categorie 2: ten bedrage van 3 % Categorie 3: ten bedrage van 4,5% Categorie 4: ten bedrage van 6 % van het maximumsalaris van salarisschaal 4. Wanneer als gevolg van ARBO-maatregelen of herziening van werkwijzen veranderingen optreden in bestaande functies, worden deze door de ARBO-deskundige van de ARBO-dienst en door de ARBO-commissie getoetst naar effecten, die voor de bepaling van de toeslag van belang zijn. Wanneer in het kader van de inconveniënten nieuwe functies ontstaan, worden deze in de onder a bedoelde rangordening naar categorieën ingepast, nadat daaromtrent toetsing als bedoeld onder b door de ARBO-deskundige en door de ARBO-commissie heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel