Aan de ambtenaar, die buiten de voor zijn betrekking vastgestelde werktijden zich op schriftelijke aanwijzing van het bestuursorgaan regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden om bij oproep of ingeval van calamiteiten arbeid te gaan verrichten, wordt een vergoeding toegekend.
Deze vergoeding bestaat uit verlof, dat door het bestuursorgaan wordt verleend zo spoedig mogelijk - in de regel binnen zes kalenderweken - na het tijdvak, waarin de ambtenaar zich bereikbaar of beschikbaar moest houden. Het verlof bedraagt:
16% van het aantal uren, waarin hij zich bereikbaar of beschikbaar moest houden, voor zover deze vielen op zondag of een der dagen genoemd in artikel 4:2:1, lid 3 en iedere andere dag, die daarboven door het bestuursorgaan wordt aangewezen en
10% van het aantal uren, waarin hij zich bereikbaar of beschikbaar moest houden, indien deze uren vielen op andere dagen.
Indien naar het oordeel van het bestuursorgaan het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van verlof, wordt een vergoeding in geld gegeven. De vergoeding bedraagt:
16% van het voor de ambtenaar geldende uurloon voor elk uur, waarin hij zich bereikbaar of beschikbaar moest houden, voor zover deze vielen op zondag of een der dagen genoemd in artikel 4:2:1, lid 3 en iedere andere dag, die daarboven door het bestuursorgaan wordt aangewezen en
10% van het voor de ambtenaar geldende uurloon voor elk uur, waarin hij zich bereikbaar of beschikbaar moest houden, indien deze uren vielen op andere dagen.
Het uurloon van de ambtenaar bedraagt 1/156 gedeelte van zijn salaris per maand.
In bijzondere gevallen, waarin het bepaalde in lid 1 een naar het oordeel van het bestuursorgaan onvoldoende voorziening biedt, kan het bestuursorgaan een daarvan afwijkende regeling treffen.
In het Directieteam is besloten dat tijdens werkzaamheden in de storingsdienst –naast de overwerkvergoeding- tevens een inconveniëntenvergoeding conform categorie 3 wordt toegekend.
Naar analogie van besluit over gladheidsbestrijding (collegebesluit van 8 oktober 2013)