Een cursus als bedoeld in artikel 6:4:1:1, onder a, moet uitgaan van een landelijke of een provinciale organisatie voor jeugd- en jongerenwerk, of van een landelijke of provinciale jeugdafdeling van een sportorganisatie, danwel door een van deze organisaties worden aanbevolen als belangrijk voor de vorming van de vrijwilliger. De cursus moet ten minste drie achtereenvolgende dagen duren.