Naar hoofdinhoud

Artikel 12

- Vrijlaten van giften in individuele gevallen

Onderdeel van Beleidsregels inkomen en vermogen gemeente Maasgouw 2026

1.. Definitie van een gift Onder een gift als bedoeld in artikel 31 Pw wordt verstaan: een of meerdere bijdrage(n) van een persoon of instelling waarmee de ontvanger wordt bevoordeeld, en waarvoor niets wordt terugverlangd. De gift wordt vrijwillig gegeven en er wordt niets voor teruggevraagd. Vrijgevigheid wordt aangemoedigd, maar is niet onbeperkt mogelijk binnen een bijstandsuitkering. Giften kunnen eenmalig zijn of regelmatig terugkeren (bijvoorbeeld per kwartaal of vaker). Giften worden tot aan de wettelijke vrijlatingsgrens niet tot de middelen gerekend. De wettelijke vrijlatingsgrens geldt per uitkering en niet per uitkeringsgerechtigde. Een echtpaar heeft gezamenlijk recht op de vrijlating tot drempelbedrag, niet per persoon. 2.. Vorm van giften Giften kunnen worden verstrekt: via een bankoverschrijving contant in natura Voor het bepalen van de waarde van giften in natura wordt waar mogelijk de NIBUD-prijzengids gebruikt, of de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering. 3.. Giften in natura en bijstand Giften in natura die betrekking hebben op kosten die normaal uit de algemene bijstand worden betaald, kunnen worden gezien als besparingsbijdragen. In dat geval moet worden beoordeeld of deze aanleiding geven tot afstemming van de algemene bijstand. Andere giften in natura (bijvoorbeeld een waardevol gebruiksvoorwerp zoals een antieke klok) kunnen als middel worden aangemerkt, voor zover deze in redelijkheid te gelde kunnen worden gemaakt. In lid 5 onderdeel e hieronder is hiervoor een grens opgenomen. 4.. Giften van charitatieve instellingen Giften van organisaties zoals de Voedselbank, Kledingbank, Stichting Urgente Noden, Stichting Leergeld en vergelijkbare instellingen worden altijd buiten beschouwing gelaten en niet tot de middelen gerekend. 5.. Wanneer zijn giften verantwoord? Bij de beoordeling of een gift in een individueel geval verantwoord is in de zin van artikel 31 lid 2 sub s Pw, beschouwt het college in elk geval de volgende categorieën als verantwoord: Giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt zou kunnen worden; Giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten; Giften die worden gebruikt om schulden af te lossen die u redelijkerwijs niet meer zelf kon betalen; Giften die worden gebruikt voor scholing en opleiding, waaronder het behalen van het rijbewijs; Voor giften in natura (niet zijnde besparingsbijdragen als bedoeld in artikel 18 lid 8 Pw) wordt aangesloten bij de bepaling in artikel 34 lid 2 sub a Pw; bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel