Naar hoofdinhoud

Artikel 13

- Schadevergoeding

Onderdeel van Beleidsregels inkomen en vermogen gemeente Maasgouw 2026

Schadevergoedingen waarvan wij het passend en verantwoord vinden dat u deze naast uw bijstandsuitkering ontvangt, tellen wij niet bij uw middelen (artikel 31 lid 2 sub s Pw). Dit geldt ook voor uitkeringen en schadevergoeding die daartoe door de minister zijn aangewezen (artikel 31 lid 2 sub l Pw). We maken onderscheid tussen materiële en immateriële schadevergoedingen: Een materiële schadevergoeding is een vergoeding voor schade die direct in geld uit te drukken is. Het gaat om een vergoeding voor schade of verlies van iets dat belanghebbende al had. Bijvoorbeeld vervanging van een kapotte auto of brandschade in huis. Het kunnen reeds gemaakte kosten zijn of kosten die nog gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld juridische kosten of kosten voor huishoudelijke hulp. De schadevergoeding die de belanghebbende ontvangt voor materiële schade wordt niet als vermogen aangemerkt, tenzij de schadevergoeding niet wordt gebruikt voor het wegnemen van de schade. Schadevergoeding die is bedoeld ter compensatie van het verlies van arbeidsvermogen/gemist loon, wordt aangemerkt als inkomen voor de periode waarop de vergoeding betrekking heeft. Bij een immateriële schadevergoeding wordt onderscheid gemaakt tussen: schade voor gederfde levensvreugde, zoals schending van eer en goede naam, discriminatie of een onterechte detentie en; schade die blijvend van aard is, zoals letselschade, en invloed heeft op de verwachte uitstroom van een betrokkene uit de bijstand. De hoogte van deze immateriële schadevergoeding, ook wel smartengeld genoemd, wordt vaak bepaald door een rechter of schadeverzekeraar. De vergoeding voor gederfde levensvreugde wordt voor 1/3 deel vrijgelaten en 2/3 deel bij het vermogen in aanmerking genomen; De vergoeding voor blijvende schade wordt toegerekend aan de statistisch te verwachten resterende levensduur van de persoon, te rekenen vanaf het moment van ontstaan van de schade, en herleid tot een maandbedrag. Is dit bedrag lager dan 10% van de huidig geldende bijstandsnorm (geldt zowel voor de gehuwden- als de alleenstaandennorm)? Dan wordt de schadevergoeding vrijgelaten. Is het bedrag hoger dan 10% van de bijstandsnorm? Dan wordt het meerdere vermenigvuldigd met de maanden in bijstand na het ontstaan van de schade. Dus vanaf schade datum of begin bijstand (als schade nog vóór aanvang bijstand ontstond) tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Het aldus verkregen bedrag is het deel van de schadevergoeding dat als vermogen in aanmerking wordt genomen. Voor het berekenen van de AOW-gerechtigde leeftijd wordt gebruik gemaakt van deze websites: https://www.svb.nl/nl/aow/aow-leeftijd/uw-aow-leeftijd Voor de statistisch te verwachten resterende levensduur van de persoon zie onderstaande links: https://www.berekenhet.nl/pensioen/resterende-levensverwachting.html https://www.vzinfo.nl/levensverwachting/leeftijd-en-geslacht Let op: het aantal jaren te verwachten resterende levensduur wordt naar boven afgerond. de leeftijd datum ontstaan schade wordt naar beneden afgerond. de (verwachte) AOW-gerechtigde leeftijd wordt naar beneden afgerond. FORMULE A = hoogte smartengeld B = leeftijd datum ontstaan schade C = gemiddelde leeftijd overlijden D = resterende levensjaren E = toepasselijke bijstandsnorm F = maandbedrag G = AOW-gerechtigde leeftijd H = maandbedrag aan schadevergoeding boven 10% van de bijstandsnorm A : (C – B = D) = jaarbedrag : 12 = F wat is het percentage van F t.o.v. E = percentage -> is dit lager dan 10%? -> niet meenemen als vermogen (vrijlaten) -> is dit hoger dan 10%? -> alles boven 10% omrekenen naar een totaal bedrag (zie de tweede formule hieronder) en wel meenemen als vermogen (en evt. terugvorderen). G – B = jaarbedrag x 12 x H = bedrag aan schadevergoeding waarmee het vermogen is toegenomen. Vervolgens, als de vergoeding (voor een deel) als vermogen wordt aangemerkt, wordt dit afgezet tegen: óf het vermogen vastgesteld op de datum van toekenning bijstand als de schade is ontstaan voor de bijstandsperiode óf het vermogen dat volledig opnieuw vastgesteld moet worden op de datum ontstaan van de schade als de schade is ontstaan tijdens de bijstandsperiode. Afhankelijk hiervan wordt beoordeeld of er achteraf toegenomen vermogen is en welk deel hiervan moet worden teruggevorderd. Dit volgt uit de regels van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel