De belanghebbende met een inkomen tot en met 120% van de toepasselijke bijstandsnorm wordt geacht geen draagkracht uit netto inkomen te hebben.
Bij de berekening van de draagkracht wordt rekening gehouden met eventueel gemiste inkomensafhankelijke toeslagen op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), zoals zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget. Als het inkomen stijgt, daalt de toeslag. Bij de bepaling van de draagkrachtruimte wordt hiermee rekening gehouden. De feitelijke situatie dient te worden vergeleken met het totaal inkomen op bijstandsniveau, inclusief de dan geldende toeslagen.
Als het netto-inkomen van de belanghebbende hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm wordt het netto inkomen voor zover dit de bijstandsnorm overstijgt, volledig als draakkracht meegenomen.
Betreft het een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de onderstaande kostensoorten, dan wordt het netto-inkomen voor zover dit de bijstandsnorm overstijgt, volledig als draagkracht uit inkomen in aanmerking genomen.
inrichtingskosten;
duurzame gebruiksgoederen;
een woonkostentoeslag;
de administratiekosten, waarborgsom alsmede de eerste en tweede maand huur voor een woning;
doorbetaling vaste lasten bij detentie of verblijf in een inrichting,
overbruggingsuitkering;
kosten van beschermingsbewind, mentorschap en curatele.
Als de belanghebbende, niet zijnde een zelfstandige, een vast periodiek inkomen heeft, wordt bij de vaststelling van het inkomen uitgegaan van het inkomen voorafgaand aan de maand waarin de kosten zich voordoen. Indien de belanghebbende wisselende inkomsten heeft, wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de kosten zich voordoen.
Als de kosten per datum aanvraag zich nog niet hebben voorgedaan wordt ook gekeken naar de inkomsten over de drie voorafgaande maanden.
De vrijlatingen genoemd in artikel 31 tweede lid van de wet, worden niet tot het in aanmerking te nemen inkomen gerekend.
Bij de vaststelling van de draagkracht uit inkomen, wordt de individuele inkomenstoeslag (artikel 36 van de wet) buiten beschouwing gelaten.
Artikel 33 lid vijf van de Wet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de bijzondere bijstand.
Bij de berekening van de draagkracht wordt rekening gehouden met een eventueel beslag op inkomen met dien verstande dat dan uitgegaan wordt van het inkomen waarover de belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken.
Ondanks dat de Wet op de Inkomstenbelasting de mogelijkheid biedt om bepaalde medische kosten als aftrekpost op te kunnen voeren, wat een lagere definitieve aanslag inkomstenbelasting tot gevolg kan hebben, wordt dit mogelijk recht op belastingvermindering- of teruggave buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 2
Artikel 3.
Draagkracht uit inkomen
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand 2026-2027 gemeente Sluis