Maatwerkvoorzieningen die worden verstrekt dienen naar objectieve maatstaven gemeten zowel adequaat (geschikt) als de meest goedkope maatwerkvoorziening te zijn. Zijn er twee of meer maatwerkvoorzieningen geschikt, dan zal gekozen worden voor de goedkoopste maatwerkvoorziening.
Als de inwoner een duurdere voorziening wil (die eveneens geschikt is) komen de meerkosten van die duurdere voorziening voor rekening van de inwoner. In dergelijke situaties zal de verstrekking, als de inwoner met een pgb kan omgaan, plaatsvinden in de vorm van een pgb gebaseerd op de goedkoopst adequate voorziening.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2
Goedkoopst adequate voorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026