Als het college van oordeel is dat een inwoner zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en dit met zijn beslissing had kunnen voorkomen door rekening te houden met zijn beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan, kan het college besluiten dat de inwoner niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie.
Bij een beroep op maatschappelijke opvang, kan bijvoorbeeld worden gekeken of iemand zelf zijn huur heeft opgezegd of zijn herkomstland heeft verlaten zonder maatregelen te treffen om zich in onze regio te vestigen.
Voorzienbaarheid moet goed worden onderzocht en in kaart gebracht. Voorzienbaarheid is namelijk moeilijk vast te stellen. Van belang is wanneer en wat de inwoner had kunnen weten.
Het college kan voorzieningen weigeren als iemand iets aanschaft of verhuist zonder rekening te houden met zijn beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. Er is dan al sprake van beperkingen. Het college kan niet van inwoners eisen dat preventief maatregelen worden getroffen en investeringen worden gedaan die moeten voorkomen dat mogelijke beperkingen in de toekomst, bijvoorbeeld als gevolg van het ouder worden, leiden tot een beroep op de Wmo. Er is dan namelijk nog geen sprake van beperkingen.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.3
Voorzienbaarheid
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026