Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.1

Beoordeling van een aanvraag voor een rolstoel

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026

1. . Allereerst beoordeelt het college wat de mogelijkheden van de inwoner zijn ten aanzien van verplaatsingen in en om de woning en verplaatsingen die nodig zijn voor primaire levensbehoeften. 2.. Daarna beoordeelt het college welke algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar zijn en in welke mate deze een oplossing bieden. Zo is een transportrolstoel voor tijdelijk gebruik beschikbaar bij een thuiszorgwinkel. 3.. Het college beoordeelt of er op grond van een andere wettelijke regeling recht bestaat op een rolstoel. Denk aan Wajong, WIA, Zvw, Wlz etc. 4.. Als er een noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks gebruik wordt een programma van eisen opgesteld. Eventueel kan hiervoor advies worden ingewonnen bij de leverancier van de rolstoelvoorziening. 5.. Een rolstoel kan door het college worden verstrekt in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. 6.. Aanpassingen en accessoires voor de rolstoel die niet noodzakelijk zijn, komen niet voor vergoeding in aanmerking. 7.. Er zal door het college rekening worden gehouden met de belangen van eventuele mantelzorgers. Dat bijvoorbeeld betekenen dat als de mantelzorger niet in staat is de rolstoel te duwen, er duwondersteuning op de rolstoel kan worden geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel