Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.8

Artikel 5.8.2

Waakvlam, basis, extra, beschermd thuis en eerst een thuis

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026

Individuele ondersteuning kent vijf niveaus: Waakvlam Laagintensieve ondersteuning bedoeld om de inwoner te volgen en tijdig problemen te signaleren, meestal na afloop van een intensieve ondersteuningsperiode. Het is bedoeld als een afbouw na een ondersteuningsperiode (nazorg) of als stabilisatie zodat terugval wordt voorkomen. Basis Individuele ondersteuning waarbij het accent ligt op het stabiliseren en/of bevorderen van het zo zelfstandig mogelijk functioneren, het aanleren/behouden van dagstructuur en dagritme, het vergroten van de zelfredzaamheid en het verlichten van sociaal isolement. Het betreft ondersteuning bij de alledaagse bezigheden en, waar nodig, ondersteuning bij het vergroten van het netwerk en het begeleiden naar activiteiten in de wijk. Ook wordt er gewerkt aan de afbouw van professionele hulp, bijvoorbeeld door het bieden van advies en ondersteuning aan de leefomgeving en/of het (opbouwen van een beter functionerend) sociaal netwerk van de inwoner. Indien nodig hoort hulp bij de persoonlijke verzorging tot de ondersteuning. Extra De omschrijving bij ‘basis’ is van toepassing met het verschil dat er sprake is van: multiproblematiek waarvoor intensieve individuele ondersteuning in het kader van de Wmo nodig is en/of de veiligheid van de inwoner of zijn omgeving in het geding is en hiervoor geen voorliggende voorziening beschikbaar is. Onder veiligheid wordt verstaan; afwezigheid van onaanvaardbare risico’s op lichamelijke en/of psychische en/of sociale schade. Beschermd thuis Beschermd thuis biedt intensieve ondersteuning aan volwassenen met psychische of psychosociale problematiek in hun eigen woning, met als doel het bevorderen van zelfredzaamheid en het voorkomen van instroom in zwaardere zorgvoorzieningen. De ondersteuning is flexibel, duurt maximaal twee jaar en richt zich op dagelijkse structuur, sociale participatie en het versterken van vaardigheden. In aanvulling op artikel 4.2 van de Verordening is beschermd thuis bedoeld voor een inwoner van 18 jaar en ouder: die beperkt zelfredzaam is; en waarbij sprake is van psychische problematiek en/of psychosociale problematiek in de thuissituatie; en waarbij er complexe en veelomvattende problematiek speelt op meerdere leefgebieden; en die weinig tot goed belastbaar is, weinig tot normale leefbaarheid en/of weinig tot voldoende intellectueel vermogen heeft; en die de wens en vaardigheden heeft of kan ontwikkelen om duurzaam zelfstandig te wonen in de wijk; en die met intensieve ondersteuning regie kan voeren over het eigen leven; en die niet in staat is om zijn hulpvraag uit te stellen tot het volgende geplande ondersteuningsmoment. De fysieke opvolging kan wel uitgesteld worden tot het volgende dagdeel; en die leerbaar is door intensieve herhaling; en/of woont op een zelfstandige woonplek en/of een zelfstandige huishouding voert. Bij de doelgroep kan sprake zijn van één of meer van de onderstaande problemen: psychische/psychiatrische problematiek; verslavingsproblematiek; gedrags-/agressiereguleringsproblematiek; licht verstandelijke beperking; forensisch (uitbehandeld bij Justitie); meervoudige problematiek. Eerst een thuis Eerst een thuis maakt het mogelijk dat kwetsbare inwoners die met dakloosheid worden geconfronteerd vanuit een stabiele situatie aan hun herstel kunnen werken in een eigen woning die fungeert als basis van veiligheid en privacy om van daaruit eventueel behandeling, schuldhulp en een zinvolle dagbesteding op te pakken. Doel hierbij is dat dakloosheid van de inwoner met een intensieve hulpvraag duurzaam wordt beëindigd. De eigen keuze en regie van de inwoner is het vertrekpunt waarbij er respect is voor de wijze waarop de inwoner invulling wil geven aan het leven en wonen. De ondersteuning sluit daarop aan. Inwoners komen in aanmerking voor eerst een thuis nadat een brede vraagverheldering is gedaan door de gemeente van herkomst. De lokale gemeente, in samenspraak met de aanbieder en de regionale toegang, stellen de indicatie voor het begeleidingstraject. Het streven is om te zoeken naar een passende woonplek in of zo dicht mogelijk bij de gemeente van herkomst. De eerste indicatie geldt voor maximaal twee jaar. In overleg met de lokale gemeente kan deze verlengd worden. Binnen acht weken na de start van de ondersteuning stelt de aanbieder een trajectplan op met de inwoner. In aanvulling op artikel 4.2 van de verordening is eerst een thuis bedoeld voor een inwoner van 18 jaar en ouder; die beperkt zelfredzaam is; en die langdurig of herhaaldelijk (dreigend) dak- of thuisloos is en waarbij er complexe en veelomvattende problematiek speelt op meerdere leefgebieden; en voor wie maatschappelijke opvang of wonen in een groepssetting niet passend is, of voorkomen kan worden; en die aan de voorwaarden kan gaan voldoen om ondersteuning te accepteren en met ondersteuning zorg kan dragen voor huurbetaling en zich kan houden aan goed huurderschap; en die de wens en vaardigheden heeft of kan ontwikkelen om duurzaam zelfstandig te wonen in de wijk; en die met intensieve ondersteuning regie kan voeren over het eigen leven; en die niet in staat is om de hulpvraag uit te stellen tot het volgende geplande ondersteuningsmoment. De fysieke opvolging kan wel uitgesteld worden tot het volgende dagdeel; en die woont of gaat wonen op een zelfstandige woonplek en/of een zelfstandige huishouding voert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel