Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.3

Redenen om een pgb te weigeren

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Oss 2026

In de volgende situaties verstrekt het college geen pgb: als niet is voldaan aan de voorwaarden die de wet stelt; als de inwoner, of de wettelijk vertegenwoordiger(s) van de inwoner jonger dan 18 jaar is, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard; als ten aanzien van de inwoner of, indien de inwoner jonger is dan 18 jaar, ten aanzien van één van de ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, of een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; als de pgb-vertegenwoordiger ook de ondersteuning levert die met het pgb wordt ingekocht of werkzaam is voor de organisatie waar de ondersteuning wordt ingekocht, of anderszins een relatie heeft met de organisatie waar deze ondersteuning wordt ingekocht; als er sprake is van een spoedeisend geval, zoals benoemd in de wet; als de voorziening zich niet leent voor een persoonsgebonden budget, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een progressief ziektebeeld of een kindervoorziening waarbij op voorhand vaststaat dat de voorziening binnen korte tijd vervangen moet worden; als er sprake is van ondersteuning die door het college ambtshalve is verleend; als uit het door de inwoner ingediende pgb-plan en het pgb-gesprek blijkt dat de kwaliteit van de ondersteuning onvoldoende gewaarborgd is; voor de algemene voorzieningen beschreven in artikel 3 van deze verordening; voor de maatwerkvoorzieningen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en safehouses is de norm zorg in natura; als het pgb bedoeld is voor besteding in het buitenland.

Rechtspraak bij dit artikel