Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.4

Formele en informele hulp

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Oss 2026

1.. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2.. Van formele hulp is sprake als de hulp wordt verleend door onderstaande personen: Personen werkzaam bij een professionele instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 8.5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over relevante diploma’s die nodig zijn voor de uitoefening van de betreffende taken. Personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 8.5 Handelsregisterwet 2007), en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 3.. Als de hulp wordt geboden door een andere persoon dan beschreven in lid 2 is er sprake van informele hulp. 4.. Als de hulp wordt geboden door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder is altijd sprake van informele hulp. 5.. Informele hulp kan niet worden ingekocht voor gespecialiseerde dagbesteding, kortdurend verblijf, individuele ondersteuning extra, beschermd thuis, eerst een thuis en beschermd wonen. 6.. Informele hulp kan alleen worden ingekocht als de persoon die de hulp biedt: een verklaring omtrent het gedrag (VOG) kan overleggen als het college dit nodig acht in het kader van de veiligheid van de ondersteuning. De VOG is niet eerder afgegeven dan drie maanden voordat gestart wordt met de ondersteuning; en beschikt over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; en niet zelf een pgb heeft; en heeft aangegeven dat de ondersteuning aan de inwoner hem niet te zwaar valt; en de relatie tussen deze persoon en de inwoner het adequaat werken aan de doelen van de ondersteuning niet in de weg staat; en als het gaat om een eerste- of tweedegraads familielid van de budgethouder, deze niet het pgb beheert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel