**1..** Provinciale Staten laten nieuwe Statenleden toe in een openbare vergadering op grond van het geloofsbrievenonderzoek.
**2..** Het onderzoek van de geloofsbrieven van de door het centraal stembureau benoemde leden wordt opgedragen aan een commissie voor de geloofsbrieven, bestaande uit vijf leden van Provinciale Staten.
**3..** Provinciale Staten benoemen de leden en de plaatsvervangend leden van de commissie voor de geloofsbrieven. Deze benoeming vindt plaats telkens na de opening van de eerste vergadering van de vierjarige zittingsperiode, voor de duur van die periode.
**4..** De commissie benoemt uit hun midden een voorzitter. Deze benoeming geldt voor de duur van de zittingsperiode, en wordt meteen bekend gemaakt aan Provinciale Staten.
**5..** De commissie brengt na het onderzoek aansluitend mondeling verslag uit in de openbare Statenvergadering en doet een voorstel voor het nemen van een besluit over de toelating van het benoemde lid.
**6..** De leden die zijn toegelaten nemen zitting nadat hij/zij de vereiste eed of de belofte in handen van de voorzitter van Provinciale Staten hebben afgelegd.
**7..** Na toelating doet ieder lid bij de voorzitter opgave van de andere functies dan het lidmaatschap van Provinciale Staten die worden vervuld, als bedoeld in artikel 11 van de Provinciewet. Een aanvulling of wijziging van deze opgave brengt het lid direct ter kennis van de voorzitter. Openbaarmaking geschiedt via de provinciale website.
Hoofdstuk 2
Artikel 1
Toelating Statenleden; nevenfuncties
Onderdeel van Reglement van Orde Provinciale Staten provincie Utrecht 2026