Als gemeente zien we zwembaden en binnensportaccommodaties niet als doel op zich, maar als middelom maatschappelijke effecten te bereiken of wel te voorzien in behoefte van inwoners. Dezeaccommodaties zijn van groot belang voor sport en bewegen, inwoners dieelkaar kunnen ontmoeten, het laten ontstaan van sociale verbanden, de bevordering vandeelname aan de samenleving en uiteindelijk de leefbaarheid in de verschillende kernen.

Tegelijkertijd zien we dat het gebruik van nagenoeg alle sportaccommodaties terugloopt.

In de huidige situatie is er in heel Berkelland op kernniveau sprake van overcapaciteit aan zaaldelen. Ook zijn de meeste binnensportaccommodaties verouderd en moet er duidelijkheid komen voor wat betreft het toekomstperspectief. Zoals zichtbaar is in de gemeentelijke meer- jarenbegroting zijn de financiën groot knelpunt. Met de huidige gemeentelijke uitgaven op het gebied van sportvastgoed, kunnen we niet ons huidige accommodatiebestand op peil houden.

GELIJKE SPELREGELS VOOR EXPLOITANTEN

We streven naar een gevarieerd en kwalitatief toekomstbestendig aanbod van zwembaden en binnensportaccommodaties in Berkelland. Daar waar sprake is van substantiële en structurele overcapaciteit worden maatregelen genomen om het aanbod beter af te stemmen op de (ontwikkeling in de) vraag.

Gymzaal van 12 x 21 x 5,5 meter (VNG norm) = 1 zaaldeel

Gymzaal van 12 x 22 x 5,5 meter (KVLO norm) = 1 zaaldeel

Sportzaal van 26 x 28 x 7 meter = 2 zaaldelen

Sporthal van 24 x 44 x 7 = 3 zaaldelen

Over heel Berkelland geldt dat er in de huidige situatie 39 zaaldelen aanwezig zijn, terwijl de benodigde capaciteit volgens onderzoek wordt bepaald op 31 zaaldelen. Dit betekent dat er sprake is van een overcapaciteit van ruim 20%. Als uitgangspunt geldt dat nieuwe accommodaties moeten bijdragen aan een betere afstemming van capaciteitsbehoefte en we overcapaciteit willen beperken. Dit betekent dat nieuwbouw altijd gepaard zal gaan met de vervanging van bestaande accommodaties. In geval van een bezetting van binnensportaccommodaties van 40-65% moet onderzocht worden welke mogelijkheden er zijn om de bezettingsgraad op het niveau ‘goed’ te krijgen (meer dan 65%). Als structureel sprake is van een bezettingsgraad van minder dan 40% dan kan dit leiden tot de keuze om accommodaties te sluiten en gebruikers elders (al dan niet buiten het dorp) te huisvesten. Bij dergelijke keuzes zullen niet alleen financiële, maar ook maatschappelijke aspecten een rol moeten spelen. Ingrijpende keuzes maken we niet zomaar en moeten ook gepaard gaan met een positief toekomstperspectief.

Bijvoorbeeld door te kijken hoe in zo’n geval de kwaliteit van de sportieve leefomgeving verbeterd kan worden. De leefbaarheid in kernen is van groot belang en we houden oog voor het maatschappelijk rendement (zoet-zuur balans).

PRIORITERING IN GEBRUIKERS VAN ACCOMMODATIES

Als gemeente hebben we de wettelijke zorgplicht om te voorzien in kwalitatief toereikende sportaccommodaties voor het regulier en speciaal basis- en voortgezet onderwijs. Dit is ons uitgangspunt. In het bepalen van de capaciteitsbehoefte en het ter beschikking stellen van binnensportaccommodaties heeft onderwijs de prioriteit. Daaropvolgend prioriteren we ook het gebruik door sportclubs, hoewel daarvoor geen wettelijke zorgplicht bestaat. Overige gebruikers en/of partijen waarvoor geen wettelijk gemeentelijke zorgplicht geldt krijgen geen prioriteit in de capaciteitsbehoefte bepaling. Uiteraard stimuleren we wel dat de beschikbare overcapaciteit door deze partijen wordt ingevuld, zowel vanwege maatschappelijke doelstellingen als het verhogen van de bezettingsgraden en de positieve effecten op exploitaties. Aan exploitanten vragen we deze prioritering in acht te nemen, dit maken we onderdeel van de exploitatieafspraken.

Ten aanzien van het gebruik van sportaccommodaties doen we ook een beroep op het onderwijs om creatief te zijn en het ‘buiten gymmen’ meer de standaard te laten worden. Bij slecht weer bewegen de kinderen binnen. Dat kan in een gymzaal maar ook in een andere geschikte ruimte. Kwalitatief goede buitenvoorzieningen zijn op veel plekken voorhanden en er liggen kansen om bestaande sportparken en buitenaccommodaties beter geschikt te maken voor doelstellingen binnen het bewegingsonderwijs, ook als ze op iets meer afstand liggen (inter-dorp gedachte).

GROTE KERNEN

We streven naar een doelmatig gebruik van sportvoorzieningen en dat de beschikbare capaciteit passend moet zijn bij de behoefte vanuit bewegingsonderwijs, sportclubs en overige activiteiten. In de grotere kernen gaan we de zaalcapaciteit terugbrengen naar de werkelijke behoefte op het moment dat investeringen aan de orde zijn. De kernen zijn daarbij complementair aan elkaar. Dat

betekent dat niet elke sport perse in elke kern uitgeoefend moet kunnen worden en dat inwoners het soms buiten de kern moeten zoeken. Dit betekent dat niet voor elke sporthal of gymzaal hetzelfde ‘Programma van Eisen’ wordt gehanteerd maar wel moet voldoen aan de basisinventaris voor het bewegingsonderwijs. Sportaccommodaties vervullen in grote kernen een functie die vergelijkbaar is met ‘kulturhuzen’ en/of dorpshuizen van kleine kernen. Het heeft toegevoegde waarde dat meerdere functies samen komen, zoals sport en bewegen, cultuur en horeca, maar ook activiteit op het gebied van welzijn en ontmoeting.

KLEINE KERNEN

In kleinere kernen is er vaak sprake van één sportvoorziening van een minimaal vereiste omvang. De sportaccommodaties in kleine kernen worden meestal voornamelijk gebruikt voor bewegingsonderwijs en daarnaast ook in geringe mate door sportclubs. Als onderwijs in een kern wegvalt, verdwijnt ook de gemeentelijke zorgplicht voor een gymzaal en is er niet genoeg legitimiteit om een voorziening in stand te houden.

In de kleinere kernen faciliteren we de door de kernen geleide beweging naar één multifunctionele ontmoetingsplek, inclusief beweegmogelijkheden (zie ook speerpunt 2.1). We investeren alleen nog in integrale plannen die gaan over multifunctioneel gebruik van accommodaties en waarbij sprake is van centraliseren en samenvoegen van meerdere maatschappelijke voorzieningen en functies onder één dak. In kernen als Rekken en Beltrum is deze beweging al op gang. De (financiële) haalbaarheid van exploiteren moet aantoonbaar in beeld zijn gebracht. We kijken in het licht van het herijken van sport- en cultuursubsidies naar of, en zo ja hoe, accommodaties in kleine kernen worden ondersteund. Er wordt daarbij geprioriteerd op de beschikbare financiële middelen. Een mogelijkheid is een gecentraliseerde vorm van beheer (zie speerpunt 4.1). Verzelfstandigd eigendom en exploitatie van multifunctionele ontmoetingsplekken worden aangemoedigd.

ZWEMBADEN

In 2023 is onderzoek gedaan naar de Berkellandse zwembaden. De conclusie is dat vergeleken met het Nederlands gemiddelde, Berkelland relatief veel zwemwater heeft. Met ons inwoneraantal wordt vanuit dit onderzoek geadviseerd uit te gaan van één binnenbadvoorziening, mogelijk in combinatie met een buitenbad om zo synergievoordelen te bereiken. Een deel van de zwembaden is verouderd en we moeten duidelijkheid geven en ons voorbereiden op de toekomst.

We gaan het zwemwater terugbrengen naar een capaciteit die meer in lijn ligt met de inwoners- en bezoekersaantallen. Toch zien we in de toekomst meer dan één zwembad voor ons in Berkelland. Buitenbaden zijn wat ons betreft onderdeel van ons culturele erfgoed in de Achterhoek en de rest van Oost-Nederland. Onze buitenbaden worden ook goed bezocht. In 2032 loopt het huidige contract met de eigenaar van de zwembaden in Neede en Eibergen af. We werken toe naar een situatie in 2032 waarin we in Berkelland nog één binnenzwembad hebben. Een specifiek haalbaar- heidsonderzoek moet in beeld brengen waar dit het beste gesitueerd kan worden, dit kan op één van de huidige locaties of een andere locatie voor Berkelland. Daarnaast onderzoeken we of een combinatie met een buitenbad een goede optie is. Aan de voorkant zien we deze combinatie niet als noodzakelijk. Ondanks synergievoordelen, hechten we ook aan spreiding over de gemeente. Daarbij geldt ook dat de huidige buitenbaden goed bezocht worden en een zeer hoge bezettingsgraad kennen. We kijken daarbij naar ontwikkelingen buiten onze gemeentegrens die van invloed kunnen zijn. We staan daarbij open voor afstemming c.q. samenwerking met buurgemeenten op het gebied van faciliteiten als zwemvoorzieningen.

We vinden het belangrijk dat een nieuw te realiseren binnenzwembad energieneutraal wordt en breed toegankelijk voor alle inwoners van Berkelland. Tot de realisatie van een dergelijke voorziening reserveren we financiële middelen voor een nieuw binnenzwembad. Tot die tijd investeren we niet meer dan nodig in de bestaande binnenbaden.

PRIORITERING EN FASERING VAN INVESTERINGEN

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten ontstaat er een investeringsopgave om vervanging en renovatie van zwembaden en sportaccommodaties te kunnen realiseren. We prioriteren hierbij op urgentie en duidelijkheid in toekomstperspectief. Omdat de financiële middelen beperkt zijn brengen we een fasering aan in deze opgave, daarmee hebben we onze concrete uitvoeringsagenda voor de komende jaren bepaald. Autonome ontwikkelingen die het urgentieniveau veranderen kunnen zorgen voor een wijziging in de planning. We houden deze planning jaarlijks tegen het licht.

DUURZAAMHEID BIJ VERVANGENDE NIEUWBOUW

Bij vervanging van zwembaden en binnensportaccommodaties is doelstelling dat deze voorzieningen energieneutraal worden. Daar waar er geen sprake is van nieuwbouw, maar bijvoorbeeld renovatie, wordt bepaald welk duurzaamheidsniveau haalbaar is. We streven in ieder geval naar bijna energieneutraliteit. Totdat deze investeringen aan de orde zijn doen we in het onderhoud wat noodzakelijk is. Daar waar vervanging van een accommodatie op de agenda staat wordt er niet geïnvesteerd in verduurzaming. Als groot onderhoud aan accommodaties noodzakelijk is om de veiligheid en vereiste kwaliteit van een voorziening te garanderen, dat moet dit ook plaatsvinden.

We laten ons hierin adviseren door specialisten.

WAT WILLEN WE BEREIKEN?

GEWENSTE EFFECTEN

MEETBARE INDICATOREN

De totale capaciteit aan sporthallen en gymzalen is teruggebracht tot een niveau dat passend is bij het gebruik in Berkelland.

  • - Een gemiddelde bezettingsgraad van binnensportaccommodaties van 65-80% in grote kernen.
  • - Het totaal aantal binnensport zaaldelen dat wordt teruggebracht met circa 20%.

De capaciteit aan zwembadwater is teruggebracht tot een niveau dat past bij de omvang / het inwoneraantal van Berkelland.

  • - Een gemiddelde bezettingsgraad van binnensportaccommodaties van 65-80% in grote kernen.

Elke kleine kern heeft een visie op een multifunctionele ontmoetingsruimte onder één dak

  • - Het aantal kleine kernen waar een visie op multifunctionele ontmoetingsruimte is gerealiseerd en/of waar concrete plannen zijn.

Zwembaden en binnensport- accommodaties zijn (bijna) energieneutraal.

  • - Het aantal zwembaden dat aan de duurzaamheidseisen voldoet.
  • - Het aantal binnensport-accommodaties dat aan de duurzaamheidseisen voldoet.

ZO GAAN WE AAN DE SLAG!

  • - We stellen een uitvoeringsagenda sportvastgoed op voor de periode 2024-2033 met een doorkijk naar 2040.
  • - We starten in 2025 met het haalbaarheidsonderzoek naar de toekomst van zwembaden in Berkelland op basis van de uitgangspunten in de Sport- en Beweegvisie.
  • - Op basis van de uitvoeringsagenda sportvastgoed 2024-2033 actualiseren we, samen met exploitanten, de Meerjarige Onderhoudsplannen (MJOP) van accommodaties. We herhalen dit om de vijf jaar.