De vergunningplicht voor het kappen van bomen staat in artikel 4:11 van de APV. In de APV wordt verwezen naar de Bomenkaart. Hier wordt de Bomenkaart met bijbehorende bomenlijst bedoeld (inclusief de boomstructuren en boomvlakken).
Een omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van een beschermde houtopstand wordt slechts verleend als:
- - de houtopstand in slechte conditie verkeert en/of met een lage toekomstverwachting, vastgesteld door een European Tree Technician (ETT);
- - de houtopstand een onaanvaardbaar veiligheidsrisico is voor de omgeving heeft en dit risico niet kan worden weggenomen door maatregelen;
- - de houtopstand aantoonbare substantiële schade veroorzaakt, hetgeen in alle redelijkheid en billijkheid niet kan worden weggenomen door (beheers-)maatregelen);
- - de houtopstand moet wijken voor een groter maatschappelijk belang*, waarbij alle alternatieven zijn onderzocht en geen oplossing bieden; of
- - dit nodig is in het belang van de verkeersveiligheid.
* Een omgevingsvergunning voor het kappen van een beschermde houtopstand wordt alleen verleend als er sprake is van een zwaarwegend belang. Dit belang moet:
- - het individuele belang overstijgen: het moet gaat om een maatschappelijk voordeel waar de gehele samenleving of een aanzienlijk deel daarvan voordeel heeft. Het gaat niet om privévoordelen voor individuen zoals uitzicht of zonlicht, maar om algemene voordelen;
- - Aantoonbaar en onderbouwd zijn: bijvoorbeeld via een projectplan of beleidsdocument.
Voorbeelden van een zwaarwegend belang zijn:
- - volkshuisvesting;
- - infrastructuur/nutsvoorzieningen;
- - nationale en regionale economie;
- - sociale voorzieningen.