Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Vermogenstoets

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet in Balans fase 1 gemeente Oirschot 2026

1.. Het vermogen wordt vastgesteld conform artikel 34 van de Wet, inclusief de uitzonderingen zoals genoemd in dat artikel, met inachtneming van de vermogensgrenzen en vrijlatingen zoals bepaald in de wet en deze beleidsregels. 2.. Het actuele vermogen op het moment van beoordeling is bepalend. Er wordt geen staffelmethode of vermogensaanwasruimte toegepast. 3.. Bij heronderzoeken kan het college financiële problematiek signaleren en verwijst het college, indien nodig, naar schuldhulpverlening. 4.. Indien sprake is van een gift, beoordeelt het college of deze: als inkomen wordt aangemerkt, indien de gift strekt tot levensonderhoud; of het vermogen verhoogt, nadat de wettelijk geldende vrijlatingsgrens is toegepast. 5.. Een gift wordt uitsluitend tot het vermogen gerekend voor zover deze niet als inkomen is aangemerkt en de vrijlatingsruimte voor giften is overschreden. Het college houdt daarbij rekening met de aard, het doel en het incidentele karakter van de gift, en beoordeelt of de gift redelijkerwijs te gelde gemaakt kan worden. 6.. Voedselbankbijdragen worden niet meegenomen bij de beoordeling van inkomen, gift of vermogen. 7.. Bijdragen van erkende maatschappelijke organisaties worden niet meegenomen bij de beoordeling van inkomen, gift of vermogen.

Rechtspraak bij dit artikel