Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 4.

Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet in Balans fase 1 gemeente Oirschot 2026

1.. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om gegevens die bij hem berusten in verband met eerdere bijstandsverlening als bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Wet, te gebruiken, wanneer: dit gebruik leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag; de nieuwe aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het eindigen van de algemene bijstand; en de eerdere bijstandsverlening is beëindigd vanwege: werkaanvaarding; een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 13 van de Wet; een verblijf buiten de gemeente; of een tijdelijk verblijf in een instelling, opvangvoorziening of detentie. 2.. Voorafgaand aan het gegevensgebruik gaat het college bij een belanghebbende ten minste na of er wijzigingen zijn in: het hoofdverblijf; de gezinssituatie; en het inkomen en het vermogen. 3.. Het college maakt geen gebruik van de vereenvoudigde aanvraagprocedure indien het gebruik van beschikbare gegevens niet leidt tot een zorgvuldige vaststelling van het recht op bijstand. 4.. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraagprocedure van een uitkering als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de IOAW. 5.. Bij toepassing van de vereenvoudigde aanvraagprocedure vergewist het college zich ervan dat de gebruikte gegevens juist en actueel zijn. Daarbij: gaat het college na of zich wijzigingen hebben voorgedaan als bedoeld in het tweede lid, onder meer door raadpleging van de belanghebbende; en verifieert het college, voor zover noodzakelijk en proportioneel, de relevante gegevens aan de hand van beschikbare registraties of aanvullende informatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel