**1..** Het college is in ieder geval van oordeel dat individuele omstandigheden ertoe noodzaken bijstand toe te kennen vanaf een dag gelegen vóór de dag waarop een belanghebbende zich heeft gemeld als bedoeld in artikel 44, vijfde lid, van de Wet, indien:
Er omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat belanghebbende zich niet eerder heeft gemeld, zoals in een van de volgende situaties het geval kan zijn:
De belanghebbende was niet in staat om bijstand aan te vragen;
De belanghebbende was niet op de hoogte van de mogelijkheid om bijstand aan te vragen;
Een aanvraag voor een passende en toereikende voorliggende voorziening is afgewezen;
Een eerdere bijstandsaanvraag is buiten behandeling gesteld of afgewezen omdat de aanvrager niet tijdig alle benodigde gegevens aan het college heeft verstrekt;
De belanghebbende had onvoldoende zicht op de hoogte van zijn inkomen of vermogen, bijvoorbeeld als gevolg van een flexibel arbeidscontract, een echtscheiding, een erfenis of detentie;
De belanghebbende heeft met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning gekregen;
De belanghebbende was door taalbelemmeringen, beperkte digitale vaardigheden of laaggeletterdheid niet in staat zich tijdig te melden;
De belanghebbende was door psychische problematiek of andere zwaarwegende persoonlijke omstandigheden niet in staat zich tijdig te melden;
Er omstandigheden zijn die erop wijzen dat het ernstige gevolgen heeft voor de belanghebbende als de bijstand niet wordt toegekend voorafgaand aan de melding, zoals in een van de volgende situaties het geval kan zijn:
De belanghebbende heeft probleemschulden;
Na de melding is executoriaal beslag gelegd op de middelen van belanghebbende of is de belanghebbende failliet verklaard;
Na de melding is de huur van woonruimte opgezegd, de zorgverzekering geroyeerd, of zijn gas, licht of water afgesloten.
**2..** Het college kent de bijstand toe vanaf de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt maximaal drie maanden vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld.
**3..** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning van een uitkering als bedoeld in artikel 16a, vierde lid, van de IOAW.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 5.
Het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet in Balans fase 1 gemeente Oirschot 2026