Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.4:

Aannemelijkheid

Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Voorschoten 2026

1.. Feiten en gedragingen die worden meegewogen moeten voldoende aannemelijk zijn. 2.. Voor het aannemen van slecht levensgedrag is niet vereist dat sprake is van een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling. 3.. De burgemeester kan onder meer processen-verbaal, politiemutaties, bestuurlijke rapportages, toezichtbevindingen, rechterlijke uitspraken, strafbeschikkingen, transacties, bestuursrechtelijke sancties en andere objectieve gegevensbronnen betrekken. 4.. Ook informatie over zaken die zijn geseponeerd, waarin niet tot vervolging is overgegaan of waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard, kan worden betrokken, voor zover het onderliggende feitencomplex voldoende betrouwbaar en relevant is. 5.. Indien de betrokkene de feiten gemotiveerd betwist, betrekt de burgemeester die betwisting bij de beoordeling en motiveert de burgemeester waarom de feiten al dan niet aannemelijk worden geacht.

Rechtspraak bij dit artikel