1.. Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 3 en die resteren na aftrek van bijdragen van derden (zoals giften of donaties). Hieronder wordt mede verstaan de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn aan het laten organiseren of uitvoeren van activiteiten door een onderaannemer en die resteren na aftrek van bijdragen van derden.

  • - De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten van de activiteit of activiteiten.
  • - De Amateurkunstinstelling draagt zorg voor de financiering van de overige kosten van de activiteit of activiteiten. Deze eigen bijdrage kan bestaan uit eigen middelen of uit bijdragen van derden.
  • - De eigen bijdrage mag niet bestaan uit andere door de gemeente verstrekte subsidies voor dezelfde subsidiabele kosten

2.. De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • - Kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag;
  • - Kosten die niet direct verbonden zijn met de uitvoering van activiteiten bedoeld als in artikel 3 (bijvoorbeeld consumpties, lief en leed en uitstapjes);
  • - Kosten waarop een andere gemeentelijke subsidieregeling reeds ziet;
  • - Kosten van vergoedingen die niet passen in het referentiekader van de Fair Practice Code;
  • - Kosten van Amateurkunstinstellingen die uitsluitend in het kader van een kerkelijke of godsdienstige plechtigheid of bijeenkomst.