Bij een ontwikkeling wordt voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein wanneer het door de ontwikkelaar geplande parkeeraanbod groter dan of gelijk is aan de parkeereis. In deze paragraaf worden de eisen beschreven waaraan een parkeerplaats moet voldoen om deze als parkeerplaats te kunnen beschouwen.
Wanneer het geplande parkeeraanbod op eigen terrein kleiner is dan de parkeereis, dient de ontwikkelende partij als eerste te kijken naar de mogelijkheden om het bouwplan aan te passen. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is, wordt gekeken of kan worden afgeweken van het uitgangspunt dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein moet worden gerealiseerd (zie ook paragraaf 4.3).
Parkeerplaatsen op eigen terrein
In deze nota is het uitgangspunt dat de parkeereis voor de auto op eigen terrein wordt opgelost. Bij gebiedsontwikkelingen wordt het plangebied als eigen terrein beschouwd. Binnen het plangebied is hierbij gedefinieerd als grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van de ruimtelijke activiteit of in de directe nabijheid van de ruimtelijke activiteit (binnen de maximaal acceptabele loopafstand, zie tabel 4.2). De loopafstand is de kortst mogelijke looproute via de openbare ruimte9 De looproute gaat in principe over verhard terrein, dus bijvoorbeeld niet over een grasveld. van de (ingang van de) parkeerlocatie naar de ingang van de bestemming, gemeten met Google Maps. Ook parkeerplaatsen die binnen acceptabele loopafstand zijn gelegen en waarover de initiatiefnemer kan beschikken (geen huur), worden beschouwd als parkeerplaatsen op eigen terrein
De acceptatie van de loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. Ook hangt de acceptatie af van de aantrekkelijkheid van de looproute. In tabel 4.2 zijn de acceptabele loopafstanden, waarbinnen de parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn, voor verschillende doelgroepen opgenomen. Deze loopafstanden zijn een vertaling van de richtlijnen van CROW (publicatie 744).
functies
loopafstanden
woon- en zorgfuncties
100 meter
overige functies
200 meter
Tabel 4.2: Acceptabele loopafstanden autoparkeren nieuwe ontwikkelingen
Maatvoering parkeerplaatsen
Naast een toets op het aantal te realiseren parkeerplaatsen, wordt ook de inrichting van parkeervoorzieningen beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. Voor de toetsing van de maatvoering van nieuw te realiseren individuele parkeerplaatsen hanteert de gemeente de meest recente versie van de CROW-publicatie 'ASVV: aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom' (ASVV2021 of diens opvolger). Voor de toetsing op parkeerplaatsen in nieuw te realiseren (gebouwde) parkeervoorzieningen en parkeerterreinen hanteert de gemeente de meeste recente versie van de NEN-normering 2443: 'Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages' (2013 of diens opvolger).
Uiteraard dienen de parkeerplaatsen ook bereikbaar te zijn en mogen deuren en vluchtwegen niet worden geblokkeerd. Bij twijfel moet de initiatiefnemer dit met behulp van rijcurves en/of rijcurvesimulaties inzichtelijk maken. Een dergelijke analyse wordt in opdracht van een initiatiefnemer/gemachtigde uitgevoerd, bij voorkeur door een deskundig adviesbureau. Ook daarbij gelden de richtlijnen uit het ASVV en de NEN2443.
Rekenwaarde parkeerplaatsen op eigen terrein
Voornamelijk bij grondgebonden woningen blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld een individuele garage(box) niet wordt gebruikt voor het stallen van de auto, maar als bergruimte. Aangezien hier bij parkeernormen geen rekening mee wordt gehouden, kan parkeeroverlast ontstaan. Parkeerplaatsen op een oprit bij woningen worden daarom bij de planvorming niet als volwaardige parkeerplaats meegeteld. In de gebruiksfase worden de parkeerplaatsen op opritten en garageboxen wel als parkeerplaats op eigen terrein gezien. Dit geldt bijvoorbeeld bij de aanvraag voor een parkeervergunning om op straat te kunnen parkeren.
In tabel 4.3 staat per type parkeervoorziening aangegeven in welke mate deze meetelt aan de aanbodzijde. Op basis hiervan wordt het beschikbare parkeeraanbod gecorrigeerd. De aan- of afwezigheid van één of meerdere carports op een oprit heeft geen invloed op de berekeningsaantallen in de tabel.
parkeervoorziening
theoretisch aantal
berekeningsaantal planfase
enkele oprit zonder garage
(oprit minimaal 5 meter lang)
1
0,8
lange oprit zonder garage of carport
2
1,0
dubbele oprit zonder garage
(oprit minimaal 4,5 meter breed)
2
1,7
garage zonder oprit (bij woning)
1
0
garagebox (niet bij woning)
1
0
garage met enkele oprit
(oprit minimaal 5 meter lang)
2
0,8
garage met lange oprit
(oprit minimaal 10 meter lang)
3
1,0
garage met dubbele oprit
(oprit minimaal 4,5 meter breed)
3
1,7
Tabel 4.3: Rekenwaarden parkeren op eigen terrein
Duurzaamheid/specifieke voertuigen
Bij de vormgeving van de parkeeroplossing dient altijd rekening te worden gehouden met duurzaamheidsaspecten zoals waterdoorlatendheid, hittebestendigheid en groenvoorzieningen. Daarnaast dient de parkeeroplossing passend te zijn bij de doelgroep die van deze parkeerplaatsen gebruik gaat maken. Hoewel de gemeente Hoogeveen plannen toetst op voldoende parkeergelegenheid (in aantallen) en de bruikbaarheid daarvan, zijn ook andere elementen van belang die ervoor zorgen dat sprake is van een duurzame parkeeroplossing. Hierbij kan worden gedacht aan parkeerplaatsen voor gehandicapten, elektrische laadpunten en ruimte voor laden en lossen. Hoe voor deze onderwerpen een duurzame parkeeroplossing wordt gerealiseerd, wordt hierna toegelicht.
Gehandicaptenparkeerplaatsen
Het realiseren van een of meer gehandicaptenparkeerplaatsen is in elk geval bij de volgende ontwikkelingen vereist:
**•.** Bij maatschappelijke voorzieningen dient tenminste 5% van de parkeerplaatsen als gehandicaptenparkeerplaats te worden ingericht. De gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zo dicht mogelijk bij de (hoofd)ingang van een gebouw te liggen. De maximale loopafstand tot de ingang bedraagt 100 meter.
**•.** Als er sprake is van een groot openbaar parkeerterrein of een openbare parkeergarage moet per 50 parkeerplaatsen 1 gehandicaptenparkeerplaats worden gerealiseerd (2% van de parkeercapaciteit).
Bij gehandicaptenparkeerplaatsen geldt des te meer de eis dat deze parkeerplaatsen bruikbaar en bereikbaar moeten zijn (zie kopje maatvoering hiervoor). De parkeerplaatsen liggen dan ook bij voorkeur op maaiveld en zijn anders bereikbaar via een lift.
Een parkeerplaats die wordt ingericht als algemene gehandicaptenparkeerplaats, met de daarbij behorende afwijkende maatvoering, is onderdeel van het beschikbare parkeeraanbod. Het is dus niet nodig om deze parkeerplaats als extra parkeerplaats aan te leggen.
Elektrische laadpunten
Kennis, inzicht en regelgeving wat betreft het elektrisch laden van voertuigen is volop in ontwikkeling en verandert jaarlijks. Om deze reden hanteert deze Nota parkeernormen op dit gebied een dynamische verwijzing naar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
In artikel 3.87 en 4.160 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn de eisen opgenomen ten aanzien van laadinfrastructuur. Het Besluit bouwwerken leefomgeving vormt landelijk geldende wet- en regelgeving. Relevante eisen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving zijn onder andere:
**•.** Een woongebouw (woonfunctie) met parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft leidingdoorvoeren voor laadpunten voor ieder parkeervak.
**•.** Een gebouw, anders dan een woongebouw (niet-woonfuncties), met parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft ten minste één laadpunt en leidingdoorvoeren voor laadpunten voor ten minste een op de vijf parkeervakken.
Als de parkeervoorziening openbaar toegankelijk wordt, is het gemeentelijke beleid ten aanzien van elektrische laadpunten van toepassing. Dit betekent dat in overleg met de gemeente de voorbereiding voor de laadpunten kan worden getroffen, bijvoorbeeld over de aantallen en locaties. Het realiseren van de laadpunten vindt in dat geval plaats vanuit de contracten met exploitanten die op dat moment van toepassing zijn en wordt niet vereist van de ontwikkelaar.
Een parkeerplaats die wordt voorzien van een laadpunt is onderdeel van het beschikbare parkeeraanbod. Het is dus niet nodig om deze parkeerplaats als extra parkeerplaats aan te leggen.
Laden en lossen
Bij een functie waar laden en lossen noodzakelijk is (bijvoorbeeld bij een appartementencomplex of bedrijfsgebouw), moet rekening worden gehouden met een geschikte laad- en losvoorziening voor het maatgevende (vracht)voertuig waarmee geladen en gelost gaat worden.
Daarbij geldt bij nieuwbouw dat laden en lossen volledig op eigen terrein plaats moet vinden. Ook het manoeuvreren moet bij voorkeur op eigen terrein plaatsvinden, om zo de verkeersveiligheid op de openbare weg te waarborgen. Bij uitbreiding en verbouw vindt laden en lossen ook zoveel mogelijk op eigen terrein plaats. Wanneer het manoeuvreren buiten het eigen terrein plaatsvindt, moet de initiatiefnemer bijvoorbeeld met rijcurves aantonen dat een veilige manoeuvre kan worden gemaakt.
Bedrijfsvoertuigen, handelsvoorraad en voertuigen voor autoverhuur
Het parkeren van vrachtwagens, bedrijfsvoertuigen, handelsvoorraad en voertuigen voor autoverhuur wordt in deze Nota Parkeernomen niet ondervangen. Het parkeren van deze voertuigen behoort namelijk tot de bedrijfsvoering. Ruimte voor het parkeren van deze voertuigen zal moeten worden opgenomen in het (bouw)programma. Dit betekent ook dat bij een functie waar een bezorgfunctie tot de mogelijkheden behoort, rekening moet worden gehouden met voldoende (geschikte) ruimte op eigen terrein voor het stallen van de bedrijfsvoertuigen tijdens openingstijden.
Scootmobielen
Wanneer bij een woongebouw gebruik wordt gemaakt van een collectieve fietsenstalling als alternatief op de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (zie paragraaf 5.2), dient bij woonfuncties waar gehandicapten en/of ouderen verwacht worden, tevens rekening te worden gehouden met voldoende (geschikte) ruimte voor het stallen van scootmobielen. Deze stallingsruimte dient te worden voorzien van voldoende oplaadmogelijkheden voor het opladen van scootmobielen. Het inpassen van stallingsruimte voor scootmobielen is altijd een maatwerkoplossing.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.
Bepaling parkeeraanbod
Onderdeel van Nota Parkeernormen Gemeente Hoogeveen 2026