Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3.

Afwijkingsmogelijkheden

Onderdeel van Nota Parkeernormen Gemeente Hoogeveen 2026

Het parkeernormenbeleid van de gemeente is erop gericht dat bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd, zodat een goede parkeersituatie is geborgd. Als het niet mogelijk is om aan deze eis te voldoen, moet de initiatiefnemer nagegaan of het mogelijk is om dusdanige aanpassingen aan het plan te doen dat alsnog aan de parkeereis kan worden voldaan. Hierbij kan worden gedacht aan het herinrichten van de onbebouwde ruimte bij het plan of aanpassingen aan het plan. Als dit niet tot de mogelijkheden behoort, dient te worden gemotiveerd waarom dit niet mogelijk is. In dat geval is het wellicht mogelijk om bij het verlenen van de omgevingsvergunning af te wijken van de eis om voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. In deze paragraaf worden de situaties op basis waarvan deze afwijking mogelijk is, behandeld. Wanneer deze afwijkingsmogelijkheden niet aan de orde zijn, wordt niet voldaan aan de eis om voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren en kan het bouwplan geen doorgang vinden. Benutten bestaand parkeeraanbod in de openbare ruimte Vanuit het principe ‘eerst benutten dan bouwen’ kan worden afgeweken van de eis dat voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd als in de openbare ruimte binnen acceptabele loopafstand voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn om het (resterende) benodigde parkeeraanbod te voorzien. Voorwaarde is wel dat onderbouwd wordt waarom het volledige benodigde parkeeraanbod niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd. Daarnaast moet door de ontwikkelende partij met een parkeerdrukmeting door een deskundig verkeerskundig adviesbureau worden aangetoond dat het parkeeraanbod in de openbare ruimte beschikbaar is op tijden die nodig zijn voor de parkeerbehoefte van de ontwikkeling. Er is sprake van voldoende parkeerruimte in de directe omgeving als de parkeerdruk na realisatie van het plan binnen acceptabele loopafstand niet hoger dan 75% 10 De gemeente houdt een grenswaarde van 85% aan om te bepalen of er sprake is van een acceptabele parkeersituatie. Dit heeft met name te maken met het voorkomen van zoekverkeer. Bij een hogere bezettingsgraad van parkeerplaatsen neemt de kans toe dat automobilisten langer op zoek zijn naar een vrije parkeerplaats en bijvoorbeeld rondjes moeten rijden. Met een grenswaarde van 75% houdt de gemeente ook rekening met plannen waarbij een deel van de beschikbare parkeercapaciteit komt te vervallen. is. Voorafgaand aan het onderzoek dient de initiatiefnemer de uitgangspunten van het onderzoek (onderzoeksgebied, onderzoeksdagen en onderzoekstijden) met de gemeente af te stemmen. In bijlage 3 is een stappenplan voor parkeerdrukmetingen toegelicht. Pas na akkoord van de gemeente kan het onderzoek worden uitgevoerd. Indien er voldoende restcapaciteit beschikbaar is, beoordeelt de gemeente of de kwalitatieve impact van het gebruik van de restcapaciteit in het openbaar gebied acceptabel is. Of van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik kan worden gemaakt, is dus afhankelijk van de impact die de ontwikkeling heeft op de openbare ruimte en de omgeving. Zo heeft gebruik maken van de restcapaciteit op een parkeerterrein veel minder impact dan gebruik maken van restcapaciteit in bestaande woonstraten. En in bestaande woonstraten 10 extra auto’s opvangen heeft minder impact dan 40 extra auto’s opvangen. Voor het (gedeeltelijk) oplossen van de parkeereis in de openbare ruimte is een afdracht aan de Bestemmingsreserve Parkeren gekoppeld. De hoogte van de afdracht, de kaders en uitgangspunten van deze bestemmingsreserve zijn in paragraaf 4.4 opgenomen. Indien gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsmogelijkheid, komen toekomstige gebruikers, indien van toepassing, in aanmerking voor een parkeervergunning om in de openbare ruimte te parkeren. Aanleggen van extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte Wanneer de mogelijkheid niet aanwezig is om de parkeereis op te vangen binnen het bestaande parkeeraanbod, kan worden onderzocht of er mogelijkheden zijn om parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen. Bij het bepalen van een eventuele locatie moet rekening gehouden worden met: •. De acceptabele loopafstanden (zie tabel 4.2); •. Het feit dat de aanleg van parkeerplaatsen niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de omgeving. Voor het (gedeeltelijk) oplossen van de parkeereis in de openbare ruimte is geen afdracht aan de Bestemmingsreserve Parkeren gekoppeld. De gemeente legt de openbare parkeerplaatsen aan, de initiatiefnemer betaalt de daadwerkelijke kosten voor de aanleg van deze parkeerplaatsen. Indien gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsmogelijkheid, komen toekomstige gebruikers, indien van toepassing, in aanmerking voor een parkeervergunning om in de openbare ruimte te parkeren. Inzet deelmobiliteit Deelmobiliteit als beleidsrichting De gemeente Hoogeveen staat niet afkeurend tegenover nieuwe vormen van mobiliteit, zoals deelauto’s, deelfietsen en andere gedeelde vervoersmiddelen indien inwoners en ondernemers hier behoefte aan hebben. In deze nota wordt deelmobiliteit niet als een harde norm of beleidsrichting vastgelegd. Dat betekent dat de gemeente Hoogeveen deelmobiliteit niet actief zal stimuleren en dat het ontbreken daarvan niet negatief wordt meegewogen in de beoordeling van plannen of als verplichting wordt opgelegd. Naarmate er vraag komt vanuit initiatiefnemers of inwoners, kan de gemeente eventueel meedenken over toepassing van deelmobiliteit. Indien er in de toekomst draagvlak voor is onder inwoners, kan dit worden uitgewerkt tot een concreet toetsingskader. Praktische toepassing Bij nieuwe plannen kan de inzet van deelmobiliteit (bijvoorbeeld deelauto’s of deelfietsen) leiden tot een lagere parkeerbehoefte. Omdat dit concept zich nog ontwikkelt, wordt de vermindering van het aantal parkeerplaatsen nog niet automatisch toegepast. Wanneer een initiatiefnemer aantoont dat er een realistisch en goed georganiseerd deelmobiliteitsaanbod beschikbaar is (bijvoorbeeld via een beheercontract, serviceprovider of coöperatie), kan de gemeente maatwerk toepassen. De omvang van de korting op de parkeernorm wordt dan per plan beoordeeld. Een besluit tot het verlagen van de parkeereis vanwege de inzet van deelauto’s is een raadsbesluit. Aan het gebruik maken van deze afwijkingsmogelijkheid is geen afdracht aan de Bestemmingsreserve Parkeren gekoppeld. De initiatiefnemer betaalt de kosten voor de deelauto’s en de daarvoor benodigde parkeerplaatsen. Indien gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsmogelijkheid, komen toekomstige gebruikers, indien van toepassing, niet in aanmerking voor een parkeervergunning om in de openbare ruimte te parkeren. Zwaarwegend belang Wanneer een initiatiefnemer afdoende onderbouwt dat het benodigde parkeeraanbod niet (volledig) op eigen terrein gerealiseerd kan worden, wordt integraal afgewogen of het wenselijk en mogelijk is om af te wijken van de eis om op eigen terrein een parkeeroplossing te bieden voor de gehele parkeerbehoefte. Dit is mogelijk wanneer andere belangen zwaarder wegen dan het verkeers-/parkeerkundige belang, bijvoorbeeld wanneer grote economische of volkshuisvestelijke voordelen verwacht worden van het realiseren van de ontwikkeling. De initiatiefnemer moet zijn aanvraag voor een vergunning voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit in dat geval voorzien van een onderbouwing van de noodzaak om af te wijken en van de verkeers-/parkeerkundige effecten die doorgang van het plan (eventueel) heeft op de omgeving. In deze gevallen kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld over het realiseren van extra fietsvoorzieningen. Omdat het van belang is dat bij afwijkingen de noodzaak en de effecten zorgvuldig worden afgewogen, dienen alle afwijkingen op basis van zwaarwegend belang voldoende gemotiveerd ter besluitvorming te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Aan het gebruik maken van deze afwijkingsmogelijkheid is een afdracht aan Bestemmingsreserve Parkeren gekoppeld. De hoogte van de afdracht, de kaders en uitgangspunten van deze bestemmingsreserve zijn in paragraaf 4.4 opgenomen. Indien gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsmogelijkheid, komen toekomstige gebruikers, indien van toepassing, niet in aanmerking voor een parkeervergunning om in de openbare ruimte te parkeren.

Rechtspraak bij dit artikel