1.. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt.

2.. Bij het toewijzen van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:

  • - wat de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn;
  • - wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is;
  • - indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

3.. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:

  • - voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend;
  • - welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
  • - wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
  • - welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn;
  • - wat de ingangsdatum en de duur is van de verstrekking; en
  • - de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

4.. De inhoud van het onderzoeksrapport wordt als uitgangspunt gebruikt voor het opstellen van de beschikking.

5.. Bij de beschikking wordt informatie verstrekt over de rechten en de plichten van de jeugdige en/of zijn ouder(s) op grond van de wet en de verordening.

6.. Het college kan besluiten het besluit in te trekken als de jeugdige en/of zijn ouder(s) zich niet binnen 3 maanden na de besluitdatum melden bij een jeugdhulpaanbieder, dan wel het pgb binnen 3 maanden inzetten voor de aangewezen jeugdhulp.